Veertig kilometer op de hometrainer, dat duurt een uur en twintig minuten, en een drie kwartier stevig wandelen per dag. Dat is dus 2 uur beweging. En het kost niet eens echt veel moeite, gewoon doortrappen en stappen. Waarom begint een mens daar dan niet eerder aan? En we eten veel sla en zo. Alcohol, daar talen we niet naar. Dat helpt natuurlijk ook wel. Nu ja, hoe dan ook, ben sinds de herfst al drie kledingmaten afgevallen en dat is mooi meegenomen :)
* 'Blijf van politie-cao af' * Defensiebonden willen snel cao akkoord tekenen * BNP Paribas verwacht overname Fortis eind april * 'Politie werft veel te weinig vrouwen' * Organon verwisselt van eigenaar * Postbodes TNT moeten flink inleveren * Topman Unilever krijgt 1,7 miljoen voor meelopen * Aholdtop levert in * Winkelstraten steeds stiller * Ondernemers steunen elkaar in crisistijd * Meer vrijwilligers door financiële crisis * Havenwerk is vaak onnodig veel te zwaar * Ministers bespreken lagere btw en tekorten * Winter lichtpunt voor kiepauto's * Zes op de tien jongeren merken niets van recessie * Hiswa trekt minder bezoekers * Topman Goldman Sachs tegen banknationalisatie * 'Nederlandse garanties banken relatief groot' * Schuldbekentenis Madoff verwacht * Werknemers DAF stemmen over sociaal plan * 'Rabobank profiteerde van redding AIG' * Fortis laat huidige aandeelhouders beslissen * GroenLinks wil investeren in 'groene daken' * Citroën roept 30.000 auto's terug * Coalitie ziet voortgang in crisisoverleg * VEB voorstander van nieuw akkoord Fortis * Opel dreigt met sluiting fabrieken * FNV pleit voor opleidingsfonds zelfstandigen * Coalitie verder met crisisberaad * Britse overheid neemt aandeel van 65 procent in Lloyd's * Duurzaam ondernemen lijdt niet onder crisis * AH waarschuwt voor met melamine besmette zoutjes * Akkoord bereikt over Fortis * ING-topman had bonussen liever niet betaald * België dicht bij akkoord over verkoop Fortis * Kredietcrisis kost goede doelen geld * Amsterdamse beurs sluit onder 200 punten * Woningcorporatie Servatius schorst directeur * Taxibranche maakt terugval mee door crisis * 'Oplossing crisis is nog ver weg' * Werkloosheid VS naar 8,1 procent * Van der Hoeven garant voor meer kredieten * 'Besluit over overheidssteun Opel duurt nog weken' * 'Wereld stort niet in bij lage AEX' * FNV sleept Unilever voor de rechter * Plasterk roept studenten op voorzichtig te lenen * KLM wil consument lokken met lagere tarieven * 'Bos niet verantwoordelijk voor bonussen bij ING' * 'Economie EU krimpt met 2 procent' * Pensioenfondsen vinden onderzoek Donner 'prima'
Ze verdween op een dag en werd later als skelet teruggevonden. In Orlando, Florida. Ze was twee toen ze verdween. Haar moeder werd een tijdje na haar verdwijning gearresteerd, zij zou de kleine Caylee Anthony hebben vermoord, maar er zijn geen getuigen en ze ontkent. Wel is er secundair bewijsmateriaal en daar zal ze dan wel op veroordeeld worden, vermoed ik. Triest berichtje in de krant.
In Amerika doen ze aan juryrechtspraak. Een onbevooroordeelde jury (die is nu dus niet meer te vinden denk ik) moet het gaan klaren en zeggen wat er moet gebeuren met de jonge moeder. Amerikanen kunnen opgeroepen worden voor jurydienst. Ze krijgen een bericht en moeten dan bellen en horen of ze aan de beurt zijn. Als dat zo is, moeten ze die dag vrijaf nemen, zich op een bepaalde tijd bij een bepaalde rechtbank melden, en dan krijgen ze pas te horen waar het precies over gaat. De rechter bepaalt de strafmaat. Technisch gesproken kan Casey de doodstraf krijgen. Ook als blijkt dat ze psychotisch was, bijvoorbeeld. Dat doet er niet zoveel toe, heb ik het idee. "We kunnen toch niet voor iedere arrestant gaan bekijken of ze wel of niet goed bij haar hoofd was, toen ze het misdrijf pleegde," zei iemand. Nou, dat lijkt me toch wel heel belangrijk.
Maar zover is het nog lang niet. Een verdachte is onschuldig tot het tegendeel is bewezen. Dus wordt er aan beide kanten natuurlijk bewijsmateriaal verzameld. Pro en contra. De openbare aanklager draagt dekentjes, hartvormige stickers en kleren aan, die bij het stoffelijk overschot zijn aangetroffen. Blijkbaar was de mond van het kind dichtgeplakt met tape. Even griezelen: het vlees was al van het skelet weggerot, want het gebeente lag in een vochtige grond, maar toch zat die tape nog op dr mond. Snap ik niet. Wil ik ook niet begrijpen allemaal. Ducktape heet dat spul trouwens en nu begrijp ik pas de woordspeling Ducktales. Maar dit terzijde. Wel goede kwaliteit.
Als er zoiets als een moord gebeurt, dan ben je geschokt, je wil een paar keer weten wat er aan de hand is en je gaat over tot de orde van de dag, zou je denken. Want, hoe erg ook, tot zover lijkt het niets bijzonders, die dingen gebeuren helaas wereldwijd. Maar toch is er een verschil met alle andere moorden. Want déze zaak is het onderwerp geworden van honderden weblogs in de VS, in Canada en daarbuiten. Misschien omdat de grootvader van het meisje dat omgebracht is, zelf als politieman gewerkt heeft? Of omdat de beoogde moordenares er leuk uit ziet? Omdat het mensen zijn uit de gigantische middenklasse van de US, en ze zich allemaal in het gezin herkennen? Hun religieuze opvattingen, hun morele blik, hun gevoel voor rechtvaardigheid, en vooral het idee dat de zaak door hen al webloggende kan worden opgelost, zorgt voor een immense hoeveelheid volgesnikte dialoogvenstertjes.
Met een fanatisme die je je niet voor kunt stellen, is, al vanaf ze vorig jaar zomer verdween, de halve internetpopulatie bezig de zaak op te lossen. Iedere ademtocht van moeder Casey Anthony, een ongehuwde vrouw van begin twintig, wordt breeduit op de blogs geanalyseerd. Als je het allemaal wilt lezen, ben je jaren bezig. Over álles wordt in meterslange, emotionele comments gediscussieerd: dat de arrestante nerveus glimlachte, dat ze hyperventileerde toen ze hoorde dat er een lijk was gevonden, dat ze van feesten hield, nee, een losbandig leven leidde, nee sterker, dat ze een slet was, nee nog erger, dat ze een monster is! "Ik zag het aan de manier waarop ze in de camera keek!" "Wat goed van je geobserveerd, Triest-door -treurigheid15, je hebt het in je. Je bent zo gevoelig." En ik overdrijf niet! Je hebt echt een teiltje nodig, wil je er doorheen komen, maar lachen kun je wel. Al is dat niet de bedoeling, natuurlijk. Het ergst zijn de konkelaars, die het liefst op het weblog van iemand anders, hun collega's zwart maken, dat dan weer ontkennen, enzovoort enovoort enzovoort.
Een ware heksenjacht is inmiddels geopend, want ook de familie van de arrestante, die nu in voorarrest zit, wordt op het net hard aangepakt. Niks deugt er van die mensen, alles wordt gedaan om ze zwart te maken. Of ze worden juist hemelhoog geprezen door mensen die ze helemaal niet kennen. Er zijn dan ook twee kampen. Minimaal. Zo heb je de Cindy-haters (Cindy is de moeder van Casey) en die lui grijpen iedere gelegenheid aan om hun eigen ellendige ervaringen met moeders te ventileren, Lee-haters (Lee is de broer van Casey) weten zeker dat hij de vader van het vermoorde kind is. De fantasie gaat steeds verder. Iedereen die zelf een kind heeft, of er ooit een gezien heeft, is een expert op het gebied van opvoeding en Casey is helemaal niet goed opgevoed. Maar Lee dan, die is geen moordenaar toch? Jawel, die heeft meegeholpen. Dat is de vader van het kind! De sentimenten laaien hoog op. Het kleine vermoorde meisje krijgt de onofficiële status van heilige, waarvoor kaarsjes worden opgebrand. “Nu jij in mijn leven bent, heeft mijn leven weer zin.” De leegte van het Amerikaanse achterland in economische crisistijd doemt voor je ogen op. Je wil het niet weten allemaal.
Misschien zit er tussen al die veronderstellingen toch wel een bron van waarheid. Maar die wordt totaal dichtgesneeuwd. Ruzies om wie de meest gevoelige woorden weet te verzinnen, worden in de commentaarvenstertjes met ellenlange slecht gespelde hoofdletterzinnen uitgevochten. En intussen worden de virtuele galgen alvalst klaargezet. Bij ieder nieuw feitje barsten de bloggers massaal uit in hun zo langzamerhand ranzige haat tegen moeder Casey. En Casey’s moeder Cindy deugt ook niet, natuurlijk. Of juist wel. Een heilige is ze! Zelfs de overgrootmoeder van het vermoorde kind wordt er nu al dan niet nog in leven bijgehaald om te vertellen dat het allemaal de schuld is van, ja van wie eigenlijk? Van lieverlee valt men in herhaling. Alles is al gezegd, maar moet dan nog maar eens door de molen.
Maar ook Nancy Grace, een talkshowhost die zich in de zaak heeft vastgebeten en niet bepaald zachtzinnige uitspraken doet, moet het ontgelden. Bij gebrek aan nieuwe feiten, het houdt een keertje op nietwaar, verplaatsen sommige bloggers nu hun frustraties richting haar. Zo christelijk en met god dwepend als ze zijn, krijsen ze onomwonden om Nancy’s bloed. Zelf worden ze niet erkend als journalisten en dat steekt enorm. Nancy Grace heeft een tweeling gekregen en moest daarom tijdelijk stoppen met werken. Zelfs dat is een gegeven om tegen haar te gebruiken. Een medewerker van Nancy Grace pleegde zelfmoord, hoppa, dat is ook haar schuld. Er werd serieus geopperd dat ze achter de tralies moet. Een blogger die ook schreef over het onderwerp, Sean geheten, en die op 25 jarige leeftijd stierf aan kanker, wordt nog even een schop nagegeven door een andere blogger. Want hij schreef rotzooi! Haat en nijd.
De hele zaak hang dus van speculaties en horen en zeggen aan elkaar, en van de documenten, die door de overheid blijkbaar als confetti over de hongerige zaak-verslaafden wordt uitgestrooid. Waarom toch al die aandacht voor deze enkele zaak? Er verdwijnen jaarlijks immers duizenden kinderen in dat immense land, er worden honderden kinderen vermoord. Wereldwijd wil je het niet eens weten. Maar dit meisje, blank natuurlijk want anders zou het niet boeien, laat ze niet los.
Het begon al vrij snel hysterische vormen aan te nemen. Google het er maar eens op na, er wordt al sinds de zomer raak gespeculeerd, gefantaseerd, geoordeeld en gepsychologeerd. Bestaat de nanny die Casey blijkbaar in haar verhoren ter sprake bracht, nu wel of niet? Er is wel iemand met die naam, Zenaida of zoiets, dus is die nu belaagd door fotografen en journalisten en nu wil ze een andere naam aannemen om hier van af te komen. En dat kost dan weer geld. I’ll sue you! Nog meer voer voor de uitgehonderde bloggers en blogcommentatoren, meestal alleenstaande vrouwen van boven de vijftig met treurige aliassen als ‘I know how to suffer’ die doen vermoeden dat het verdriet met veel tenaladies en Sheridans gestopt moet worden.
De gekte gaat steeds verder. Er worden al een soort barbiepoppen gemaakt van Casey, die er trouwens best wel mag wezen, een leuke meid. Ik heb ergens bij een bevriende blogger, die helaas ook al helemaal in de gekte is meegegaan, gesuggereerd dat ze die pop vast als voodoo doll gaan gebruiken. De speurneuzen die zelf geen weblog hebben, dragen enthousiast de vruchten van hun speurwerk aan en melden fier dat ze verwachten dat de openbare aanklager hun belangrijke materiaal goed zal doorlezen en er zijn voordeel mee zal doen. Iedere internetter is op deze manier detective geworden, in zijn (of meestal: haar)eigen krappe denkcirkeltje. Zij hebben zichzelf helemaal ontdekt, wentelen zich in het ongeluk van de betrokkenen en ontluiken als plastic rozen. Ook onbezoldigde therapisten duiken nu op om iedere treurwilg met raad en daad bij te staan.
Maar het meisje dat in de zomer van 2008 verdween, heeft er helaas niets meer aan. En zij zal op deze manier ook niet rusten in vrede. Vrees ik. Verrek, dit is dus de zoveelste posting over die zaak... Tijd voor tena.
Jan I hervatte de strijd van de Avesnes met de Dampierres om Rijks-Vlaanderen. In 1295 zocht hij toenadering bij de Franse koning Filips IV, die zich van Gwijde van Dampierre afwendde. Ook bemiddelde hij bij de Franse koning ten voordele van zijn neef Floris V van Holland, die om het bezit van Zeeland met het graafschap Vlaanderen in conflict was.
Toen op 1 augustus 1299 Wolfert I van Borselen, de pro-Engelse regent van Holland, werd vermoord, riepen Dordrecht en de andere steden van Holland Jean d'Avesnes te hulp. Hij nam de regering in handen, en werd op 27 oktober officieel door de vijftienjarige graaf Jan I van Holland tot "ruwaard" benoemd voor de duur van vijf jaar. Twee weken later stierf de jonge graaf. Jan van Avesnes, die diens naaste mannelijke erfgenaam was, werd na diens dood in 1299 graaf van Holland. Voortaan was Holland in een personele unie met Henegouwen verenigd.
De Duitse koning Albrecht I meende zich met de opvolging te moeten bemoeien en ging daarvoor naar Nijmegen, maar toen daar een Hollands leger naderde, zette hij zich op sienen peerde ende reet te lande, al dat hi mochte.
In 1300/1301 wist Jan van Avesnes de Franse successen in Vlaanderen uit te buiten om zijn positie te consolideren: hij versloeg de Zeeuwse opstandelingen en maakte zijn broer Gwijde van Avesnes (gestorven in 1317) tot bisschop van Utrecht in 1301.
Na de geslaagde Vlaamse opstand van 1302 (Guldensporenslag) brak voor het huis van Avesnes een kritieke periode aan: in 1303 openden de Vlamingen het offensief in Henegouwen en in Zeeland, gesteund door de vele ontevredenen aldaar. In maart 1304 brachten zij onder Gwijde van Namen op Duiveland een nederlaag toe aan Jans zoon, Willem. Bisschop Gwijde van Utrecht werd gevangengenomen en in Utrecht volgde een anti-Hollandse reactie. Holland en Zeeland zelf vielen grotendeels in handen van Gwijde van Namen of van Jan II van Brabant, die zich bij de aanvallers had gevoegd.
Diezelfde zomer keerden de kansen. Op 11 augustus werd Gwijde van Namen definitief verslagen in de Slag bij Zierikzee door een Hollands-Franse vloot onder leiding van Reinier Grimaldi. Toen Jan I van Avesnes overleed (1304?), was zijn gezag in Holland en Zeeland vrijwel geheel hersteld.
Hij was de oudste zoon van Margaretha van Vlaanderen en Burchard van Avesnes. Hij was getrouwd met Aleid van Holland. Dit huwelijk moet vooral gezien worden als een politiek strategisch huwelijk. Na het ongeldigverklaarde huwelijk van zijn vader was zijn moeder opnieuw getrouwd met Willem II van Dampierre. Dit huwelijk had ook nakomelingen. Om sterker te staan tegenover Vlaanderen waar de andere kinderen van zijn moeder de macht hadden in de Vlaams-Henegouwse Successieoorlog, zocht hij medestanders in zijn strijd tegen Vlaanderen. Hij vond deze in de graaf van Holland.
Uit het huwelijk met Aleid van Holland werden zeven kinderen geboren:
Na het overlijden van haar moeder (1204) en het verdwijnen van haar vader (april 1205) liet de Franse koning Filips Augustus haar met haar zuster Johanna in 1208 naar het hof in Parijs overbrengen om haar te onttrekken aan anti-Franse invloeden in Vlaanderen. Bij haar terugkeer in 1212 werd Margaretha toevertrouwd aan de Henegouwse ridder Burchard van Avesnes, met wie zij in 1215 op tienjarige leeftijd trouwde. Burchard van Avesnes (1182 - 1244) was een ridder uit het graafschap Henegouwen. Hij was een zoon van Jacob van Avesnes en van Adela van Guise. Burchard is vooral bekend door zijn huwelijk met Margaretha van Constantinopel, de latere gravin van Vlaanderen. Later bleek echter dat Burchard reeds een religieuze wijding had op het moment dat hij huwde met Margaretha. Door die huwelijksbeletselen van Burchard zal Margaretha's zus Johanna bij de paus gaan klagen. Deze zal uiteindelijk het huwelijk tussen Burchard van Avesnes en Margaretha ongeldig verklaren. Aangezien Burchard en Margaretha dit huwelijksverbod aanvankelijk negeren, zal Burchard omstreeks de jaren 1220 gedurende een periode gevangen genomen worden door Johanna van Constantinopel.
De nakomelingen van Margaretha en Burchard zijn bekend als het Huis van Avesnes. Margaretha en Burchard hadden volgende kinderen:
Boudewijn (1219-1295), gehuwd met Felicitas van Coucy, dochter van Thomas van Coucy-Vervins.
De nakomelingen van Burchard zouden decennia lang strijd leveren om de erfenis van hun moeder Margaretha met de kinderen uit het tweede huwelijk van Margaretha.
Na een klacht van gravin Johanna verklaarde paus Innocentius III het huwelijk ongeldig (Vierde Lateraans Concilie, 1215), dit op grond van het feit dat Burchard subdiaken was gewijd en dus tot de geestelijke stand behoorde. Maar de echtgenoten scheidden voorlopig niet. Pas in 1222 verliet Margareta haar echtgenoot en trouwde in het najaar van 1223 met Willem van Dampierre, een ridder uit de Champagnestreek en een zoon van Gwijde II van Dampierre en van Mathildis I van Bourbon, bij wie zij volgende kinderen had:
Toen Margareta haar kinderloze zuster Johanna in 1244 opvolgde als gravin van Vlaanderen en Henegouwen, brak een strijd los tussen de kinderen uit Margaretha's beide huwelijken, de Avesnes en de Dampierres, de Vlaams-Henegouwse Successieoorlog. De Franse koning, in 1246 met de arbitrage belast, wees Vlaanderen toe aan haar zoon Gwijde van Dampierre en Henegouwen aan haar zoon Jan van Avesnes, feitelijk later haar kleinzoon Jan I van Avesnes. Niettemin bleef de vete tussen de beide huizen voortwoeden, zelfs tot in de volgende eeuw. Margaretha zelf stond heel de tijd aan de zijde van de "Vlaamse" Dampierres. De "Henegouwse" Avesnes verbonden zich door het huwelijk van Jan van Avesnes met Aleid van Holland met de Hollandse graven, die ongedaan wilden maken dat zij voor Zeeland leenhulde verschuldigd waren aan Vlaanderen. Zij betwistten ook het bezit door de Dampierres van Rijks-Vlaanderen.
De Franse koning maakte van deze scheidsrechterlijke uitspraak gebruik om zijn positie te versterken:
- hij brak de macht van Vlaanderen-Henegouwen
- hij bezorgde Vlaanderen een vijand in de flank, aangezien de Avesnes zich niet bij de uitspraak neerlegden, dit op grond van het feit dat koning Lodewijk IX van Frankrijk (de Heilige) beslist had over gebieden waarover hij geen leenheer was (Rijks-Vlaanderen in tegenstelling tot Kroon-Vlaanderen).
Margaretha II van Vlaanderen overleed te Gent op 10 februari1280. Geheel volgens haar laatste wilsbeschikkingen werd haar lichaam bijgezet in de door haar gestichte abdij van Flines.
Hendrik I van Champagne (?, 1126 - Vitry-en-Perthois, 16 maart1181), bijg.de Vrijgevige, was de oudste zoon van Theobald IV van Blois en Mathildis van Sponheim-Karinthië. Bij de verdeling van Blois-Champagne in 1152, kreeg Hendrik Champagne-Troyes,maar ook Bar, Nevers en Rethel hoorden tot zijn leen. Hendrik voerde veel strijd tegen zijn broers, vazallen en leenheren om bezittings- en rechtsverhoudingen en met Vlaanderen om het regentschap over zijn neef.
Theobald IV van Blois (?, 1090 - Lagny-sur-Marne, 10 januari1152), bijg. de Grote, was de tweede zoon van Stefanus II van Blois en van Adela van Engeland. In 1102 volgde hij zijn vader op als graaf van Blois, Châteaudun, Chartres, Sancerre, Provins en Meaux, en in 1125 zijn oom Hugo als graaf van Champagne. Zijn moeder Adela regeerde tot 1109 voor haar zoon en zij oefende een grote invloed uit tot zij in 1122 in het klooster trad. Om de onafhankelijkheid van zijn graafschap te garanderen, steunde hij op zijn oom, koning Hendrik I van Engeland, maar in zijn poging om hem op te volgen, stootte hij op zijn broer Steven. Theobald richtte zich vervolgens op de uitbouw van zijn positie in Oost-Frankrijk. Hij was bevriend met Bernard van Clairvaux en was zeer vrijgevig voor de Kerk. Theobald was zich bewust van het belang van de internationale handel en bevorderde de beurzen in Champagne, dat stilaan het zwaartepunt van zijn vorstendom werd.
Theobald was in 1123 gehuwd met Mathildis, dochter van graaf Engelbert van Karinthië (-1061), en werd vader van:
Stefanus II Hendrik van Blois (?, 1045 - Ramla, 19 mei1102) was graaf van Blois, Chartres, Dunois en Meaux, en was een van de leiders van de Eerste kruistocht.
Hij trouwde in 1080 met Adela van Normandië, een zus van Robert van Normandië en dochter van Willem de Veroveraar. Met Robert trok hij ook op kruistocht. Tijdens deze tocht schreef hij enthousiaste brieven terug aan zijn vrouw over al zijn belevenissen. Hij maakte echter zijn tocht niet af, hij kwam tot het Beleg van Antiochië daar kon er lang geen doorgang worden gevonden, en Stefan was bang om van de honger om het leven te komen en keerde terug naar huis. Thuis kreeg hij verwijten dat hij zijn kruisvaart niet vervuld had, en als hij in 1100 de kans krijgt om met de Kruisvaart van 1101 mee te kunnen, staat zijn vrouw Adela erop dat hij meegaat. Deze kleine kruistocht wordt een fiasco en Stefan weet na zijn nederlaag bij Mersivan via Tarsus naar Antiochië te vluchten, in februari1102 komt hij met de overblijfselen van de kruisvaarders aan in Jeruzalem. Hij besluit niet naar huis te keren, maar zijn diensten aan te bieden aan Boudewijn de koning van Jeruzalem. Enkele maanden later neemt hij deel aan de Slag bij Ramla, tijdens een charge in een van de kasteel torens te Ramala, wordt Stefanus neergespietst door een egyptische soldaat op 19 mei.
Eén van zijn zoons, ook genaamd Stefanus van Blois, werd koning van Engeland. Andere kinderen waren:
Hendrik (100-1171), bisschop van Winchester,
Odo
Mathildis (-1120), in 1115 gehuwd met Rihard van Avranches, graaf van Chester,
Adela, in 1112 gehuwd met Miles van Montlhery, burggraaf van Troyes (-1118),
Theobald III van Blois (1010 - 29/30 september1089) was een zoon van Odo II van Blois uit diens tweede huwelijk met Irmgard van Auvergne. Na de verdeling van het graafschap in 1037, werd Theobald graaf van Blois-Chartres en van Dunois. Zijn gebied behelsde Meaux, Sancerre, Châteaudun, Beauvais, Tours, Sens, maar hij verloor Sens en Beauvais aan de kroon en Tours aan Anjou. Theobald zocht daarop steun bij keizer Hendrik III en bezette in 1048 Champagne, bij het overlijden van zijn broer, om in 1053 na veel strijd met zijn neven definitief de kroondomeinen in te palmen. Theobald zocht daarop weer toenadering tot de koning van Frankrijk en steunde hem in diens strijd tegen Normandië-Engeland. Theobald was in zijn tijd de machtigste kroonvazal en een typisch vertegenwoordiger van het opkomende ridderschap.
Theobald I van Blois, bijg. de Bedrieger, (-16 januari 975) was een zoon van burggraaf Theobald de Oude van Tours en van Richildis van Bourges. Hij volgde in 940 zijn vader op als burggraaf van Tours en steunde zijn leenheer Hugo de Grote tegen Lodewijk IV van Frankrijk. Door zijn huwelijkspolitiek kreeg hij zicht op een deel van de erfenis van Herbert II van Vermandois, evenals de controle op het noorden van Bretagne en het graafschap Rennes. In het machtsvacuüm na de dood van Hugo de Grote, verwierf hij het graafschappen Chartres en Châteaudun en noemde hij zich graaf. Na zijn nederlaag in 962 tegen Richard I van Rouen, een schoonbroer van Hugo Capet, koos hij partij voor Lotharius van Frankrijk. Theobald geldt als grondlegger voor de macht van Blois-Champagne.
Hildegard,gehuwd met graaf Burchard I van Montmorency.
Theobald de Oude (890-943) geldt als de stamvader der Theobalders. Hij werd burggraaf en graaf van Blois en van Tours. Hij was gehuwd met Richildis, dochter van Hugo van Bourges, die na zijn dood hertrouwde met Roger van Maine. Theobald werd de vader van:
- De illegaal op Terschelling uitgezette edelherten mogen worden gedood. Minister Gerda Verburg van Landbouw heeft daar maandag toestemming voor gegeven.
Volgens de minister is de kans op een succesvolle afronding van de verdovingsactie te klein en is er geen andere oplossing dan afschieten.
De afgelopen twee weken heeft een team van deskundigen op het eiland geprobeerd de herten te vangen met behulp van verdovingspijlen. Eén hert werd daarmee gevangen. bron: Nu.nl Volgens het Journaal zouden de herten een gevaar voor de verkeersveiligheid opleveren en is dat de reden dat ze er aan moeten.
Het zenuwslopende van huurmoordenaar zijn, is dat je je nergens veilig waant. Dat was aanvankelijk ook de reden dat ik er van afzag toen me werd gevraagd de dood van mijn petekind te wreken. Ik zei iets in de trant van: “Dan heb ik geen rustig leven meer, Suus.” Waarop mijn verdrietige vriendin, een aan huis gebonden reumapatiënte, zei: “Dat is dan jammer, maar dat hebben we nu dus ook niet meer.” En ze had gelijk. Dus voilà. Anton de Vijver heette de klootzak die haar kleindochter Lies om zeep hielp door met zijn zatte hersens te hard te rijden en haar te scheppen. Ze was achttien. De hufter.
Daar stond ik dan op de kade van North Shields. Voorjaar in Noord-Engeland, maar bitter koud. En guur. De overtocht met de King of Scandinavia was op zijn minst nogal “bumpy”geweest, zoals de Thaise ober aan het ontbijt als excuus had opgevoerd voor de vele lege plaatsen in het scheepsrestaurant. Ik heb trouwens wel heerlijk gegeten, want dat heb ik uit mijn jeugd meegekregen, dat je in ieder geval goed moet eten, wat er ook gebeurt. Kan mij zo’n windkracht acht schelen. Ik had op dat moment nog geen plan hoe ik Anton naar de andere wereld zou helpen. Het enige dat ik wist, was dat hij in een Schots kustplaatsje was gaan wonen nadat die idioot van een rechter hem had vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs. Hij had nota bene bekend, maar was daar later op terug gekomen! “Ik acht het onvoldoende bewezen,” zei die rechter. Nou ja! Dondert allemaal niet meer.
Ik was er. Ik schutterde door de douane, een Nederlandse vrouw van in de zeventig (Ik ben op de dag af zo oud als koningin Beatrix! Mijn ouders hebben me daarom Wilhelmina laten dopen. Ze gingen er vanuit dat het prinsesje ook zo zou heten. Dit terzijde, natuurlijk.) Ik liet twee keer mijn paspoort vallen. Een stevige tante met ietwat overgewicht en beperkte kennis van de Engelse taal, met een sleets reistasje op weg naar een oude vriendin in Scarborough. Dat was tenminste mijn dekmantel, zeg maar. Ik ging natuurlijk helemaal niet naar Scarborough, al had ik daar wel treintickets voor besteld en laten opsturen. Alibi. Die Engelse vriendin bestond wel en was helemaal op de hoogte. Janet zou, indien nodig, de politie ervan verzekeren dat ik bij haar was ten tijde van het verscheiden van Anton. We hadden echt aan alles gedacht. Behalve dan aan een moordwapen. Dat werd iets van improviseren.
Ik liet me met een taxi naar Newcastle rijden en daar overnachtte ik als Wilma Stubbs in het Thistle hotel, zo’n vergane glorie toestand, maar wel pal tegenover het station. Ze vroegen niet naar enige identificatie. Drie nachten verbleef in het hotel voor ik me op de trein naar Schotland waagde. Ik ging nu anoniem door het leven, als een stugge Noord Engelse met een nylon hoofddoekje omgeknoopt. Gelukkig ben ik goed in het nadoen van accenten. Ik geloof niet dat iemand door had dat ik helemaal geen Engelse ben. Niet dat het veel uitmaakte, want ik viel totaal niet op. Ik nam als eerste plaats in de coupé van het Scotsrail-treinstel en keek nauwelijks naar mijn medepassagiers, die binnendruppelden en zich over de stoelen verspreidden. Het werd behoorlijk druk, maar daar was ik op voorbereid. Zodra er iemand tegenover me ging zitten, een man van een jaar of veertig, dook ik in een Womans Own, een verschrikkelijk truttig blaadje waar ik bijkans van in slaap viel. Helaas was mijn metgezel een Prater. “Good reading?” vroeg hij met zo’n blije glimlach die niet veel goeds voorspelde. “Jolly good,” mompelde ik en ik las stug verder. Het kostte me niet veel moeite een stuk chagrijn te verbeelden á la Ena Sharples, u weet wel, dat ouwe sekreet uit Cornonation Street, maar dat schrok die sukkel niet af. Hij begon over zijn tenen. Ik bedoel, zijn ténen! Hé, man, shut up, dacht ik. Ik ben op weg naar een moord! En daarmee kwam het morele aspect van de onderneming om de hoek kijken. Terwijl die kerel maar dooremmerde over zijn voetproblemen, hij had schimmel en ingegroeide nagels en weet ik wat niet meer allemaal, begon ik me af te vragen of het ethisch wel verantwoord was om het recht in eigen hand te nemen. “And it is so unpleasant to walk,” klaagde de zeikerd verder. We naderden het eerste station, Metro heette het daar, een groot winkelcentrum geloof ik. Er stapten heel wat treurige types uit en de trein ging veel leger verder, maar die kerel tegenover me zat er nog steeds en hij vertrouwde me toe dat hij naar Gretna ging om zijn kinderen te bezoeken. Dat was nog een aardig eindje, en dus begon ik aan een kruiswoordpuzzel. Ik verloor mijn geduld met die vent. “Why don’t you have them amputated?” opperde ik na zijn zoveelste klacht richting voeten. Kortom, die reis was een bezoeking. Pas toen die man eindelijk was uitgestapt, een hele klus met zijn zere poten, ontspande ik een beetje. De trein was nu vrijwel leeg. Buiten het grauwe desolate landschap van Zuid Schotland. Het werd alweer donker voor het echt licht was geweest. Na een oponthoud van een uur, er stonden tachtig koeien op de rails en die moesten er eerst weer afgejaagd worden, arriveerden we laat in de middag dan eindelijk in het kustplaatsje Troon. En hier woonde Anton de Vijver dus.
Troon is verschrikkelijk. Ik zal er geen woorden aan vuil maken.
Omdat ik zo had ingeschat dat er midden in de winter in een kustplaats wel onderdak te vinden zou zijn, had ik van te voren geen accommodatie geboekt. Het viel nog tegen, maar met de hulp van een taxichauffeur van mijn leeftijd en dus van het fatsoenlijke soort want de oorlog meegemaakt, belandde ik binnen het uur in het Anchorage Hotel met een uitermate gezellige pub, dat was wel een verrassing in al die nattige grauwigheid buiten. Ik maakte de eigenaar wijs dat ik de volgende dag met de ferry naar Ierland wilde. Hij vond het heel sportief van me, op mijn leeftijd en helemaal alleen. Vervolgens at ik haggis, dat beruchte Schotse gerecht gekookt in een schapenmaag, want dat wilde ik wel eens proberen en ik was er nu toch, maar daar was niks aan, gewoon gehakt zonder zout en peper. Na de maaltijd, tea geheten, zei ik tegen de eigenaar dat ik even een ommetje ging maken.
Snertweer. Ik rilde in mijn te dunne regenjas, een onopvallend modelletje in beige. Dondert niet. Ik had thuis op de pc via Google Earth een handige kaart van Troon gevonden en uitgeprint en al dolende stond ik ineens voor het huis van Anton de Vijver.
Hoe ik achter zijn adres was gekomen, wil ik nog wel even vermelden. Mensen zijn zo slordig soms. Hij wilde na die schandalige uitspraak van de rechter die voor hem zo gunstig had uitgepakt, uit Nederland verdwijnen, maar hij wenste wel zijn tijdschriftenabonnementen te blijven aanhouden. Het is echt niet zo moeilijk om achter dat soort gegevens te komen. De zoon van Suus werkt in de tijdschriftenwereld en die had het zo gevonden.
Zijn naam stond niet op de deur van het huis met uitzicht op een lullig strandje met stinkend zeewier. Wel de naam van de vrouw met wie hij iets had en bij wie hij was ingetrokken, dat wist ik dankzij de zoon van Suus, dus ik zat goed. Ik probeerde naar binnen te kijken, maar die Schotten hebben ’s avonds de gordijnen dicht. Er brandde wel licht.
Anton de Vijver was in Nederland werkzaam als vertegenwoordiger in draaibanken. Ja, zoiets verzin je niet. Hij was altijd onder weg en al vaak beboet voor rijden onder invloed, een alcoholist dus, maar zijn rijbewijs was slechts één keer ingenomen. Ik hoorde hem lachen. In het oranje licht van de straatlantaarns zag ik dat hij een onverzorgd voortuintje had. Er groeide onkruid, dat ik herkende en daar zat ook wat dolle kervel bij. Je moet echt wel wat van planten weten als je dolle kervel bij dat licht van gewone kervel kunt onderscheiden. Dat wel. Ik stond er over heen gebogen, toen ik iets anders zag staan. Lelietjes van Dalen. Honderden. Veel mensen weten het niet, maar dat is een echte gifplant. Ik plukte snel een mooi grote bos, verscheurde de bloemen tot kleine stukjes en keek om me heen. Niemand te zien, er waaide een krant over het trottoir maar verder bewoog er niets. Ik liep naar de achterdeur en opende die voorzichtig. Er stond iets op het vuur in de kleine keuken. Een grote pan. Het rook naar groentensoep.
Ik sloop naar binnen, een hond model sukkel lag me vriendelijk aan te kijken vanuit zijn mand onder de tafel. Als die hond zou aanslaan, was ik erbij, dus aaide ik het beestje. Ik wilde de Lelietjes van Dalen eenvoudigweg in de soep kieperen, maar op dat moment hoorde ik die vrouw zingen. Margaret heette ze. Zij zou ongetwijfeld van dezelfde soep eten als Anton. Ik kon het niet maken. Waarom had Suus haar zoon eigenlijk niet gevraagd dit te doen? Waarschijnlijk had ze dat wel gedaan, maar durfde die lafbek niet. Met spijt deponeerde ik de bladen, stengels en klokjes in de afvalbak, die net iets te veel lawaai maakte. Ze hadden het gehoord.
“What was that? Anton?” “I’ll take a look.”
Ik wachtte niet en rende de achterdeur uit, om me achter de schuur te verbergen. Hijgend. Mijn conditie is niet optimaal. “It must have been the dog,” hoorde ik Anton zeggen. “The door is open, but there is no one here.””What are those flowers doing in the bin?” hoorde ik even later, ik stond nog altijd achter het huis bij te komen van de schrik. “What flowers do you mean?” zei Anton. God, wat had die man een vreselijk Hollands accent. “My Lily-of-the-Valleys! Look! Why did you pick them? O my God!” schreeuwde ze opeens uit. “I know what it is! You want to poison me, don’t you? That is why you wanted to cook tonight! That is why you made soup!” O hemeltje, dacht ik, ze hebben wel een lekkere relatie! Vertrouwen is ook maar alles.
Ik was nieuwsgierig en ik wilde weten of ze elkaar de hersens zouden inslaan. Dus kwam ik achter die schuur tevoorschijn en nam een kijkje door het keukenraam. Margaret was een leuke, kleine, Schotse vrouw met rossig haar. Ze droeg een roze truitje met daarop de afbeelding van een hond, van hetzelfde soort als er in de mand onder de keukentafel lag. Ze hield een joekel van een keukenmes in haar hand en hield die omhoog. Toen stak ze toe. En niet één keer, maar minstens zes. Bloed spatte overal naartoe.
De rest heb ik niet afgewacht. Ik sloop de tuin uit en ben rustig wandelend teruggegaan naar het hotel. Daar heb ik dankzij al die frisse lucht lekker geslapen en de volgende dag, na het ontbijt, vertelde ik de eigenaar van het hotel dat ik vanwege het slechte weer afzag van mijn tripje naar Ierland. Een taxi bracht me naar het station en ik nam de trein terug naar Newcastle. Onderweg probeerde ik iets over de moord op Anton in de kranten te vinden, maar het was zeker nog te vroeg daarvoor. Nog dezelfde dag reisde ik naar IJmuiden en daar stond de zoon van Suus me op te wachten, zoals gepland.
Een week later hoorde ik van Janet dat ze in de Scotsman had gelezen dat Anton vermoord was aangetroffen.
En nu geloven ze me niet, hè. Suus niet, Janet niet en de zoon van Suus ook niet. Maar het is toch echt zo gegaan, meneer de Officier van Justitie. Hoe spreek ik u eigenlijk aan? Edelachtbare? Niemand van mijn vrienden gelooft nu dat ik onschuldig ben aan de dood van Anton. Vandaar dat ik hierbij deze verklaring afleg. Ik heb Anton de Vijver niet vermoord, omdat ik Margaret wilde beschermen. Het kan raar lopen.
Dit is het 2e verhaal dat ik naar Woordenstroom heb ingestuurd. En het eindigde weeral 'hoog' dus ben ik best wel trots.
Op deze foto doet ie het nog, maar toen we gisteren thuiskwamen, zagen we dat het licht van de Brandaris wel op een heel laag pitje stond. Eerst dacht ik nog dat het aan mij lag, want net terug van de oogarts dus misschien nog wat wazig, maar nee. Hij is stuk en torent nu sober boven alles uit in een akelige donkerte.
Dat is wel grappig, net als ik voor een verhaal in de geschiedenis van de Noormannen in Wieringen wil duiken, en tegelijkertijd iets meer wil weten over Lodewijk de Vrome, zoon van Karel de Grote (dat kan je zo hebben, niet waar en ja hij zit behoorlijk vaak in de stamboom :) ) , blijkt dat de Noormannen en Lodewijk in dezelfde tijd onze geschiedenis hebben bevolkt. De Noormannen vielen onze contreien binnen tussen 810 en 1009, dus 1000 jaar geleden, en Lodewijk leefde van 778 tot 20 juni 840. Dus vraag je je meteen af: heeft Lodewijk dan weleens tegen de Vikingen gevochten?
Lodewijk de Vrome werd tussen 16 april en de herfst van 778 geboren als zoon van Karel de Grote en Hildegard van Vinzgau. Na de dood ,van zijn oudere broers Karel en Pippijn, wordt Lodewijk in 813 te Aken door zijn vader tot keizer gekroond en als mederegent aangesteld. Bij de dood van Karel de Grote erft hij, als enige overlevende zoon, het complete rijk. Hij is dan 36 jaar oud. In 816 laat hij zich, opnieuw, door paus Stephanus IV in Reims tot keizer kronen.
In tegenstelling tot zijn vader heeft Lodewijk wel onderwijs genoten, maar hij bezat noch de energie, noch het gezond verstand van Karel de Grote. Zijn heerschappij werd gekenmerkt door slapheid en besluiteloosheid. Lodewijk kreeg dan ook al gauw problemen met de administratie van het grote rijk. Hij koos daarom voor de invoering van het leenstelsel (feodaliteit). Maar met het erfelijk-worden van de leen nam ook de macht van de koning af.
De vele interne strubbelingen maakten het Rijk kwetsbaar voor invallen. De Noormannen voerden regelmatig plunderingen uit, tot ver in in het binnenland, op zoek naar kostbare voorwerpen. Deze bevonden zich vooral in de kloosters, die dan ook dikwijls het slachtoffer van de plunderingen waren. De regelmaat en de kracht van de invallen zijn desastreus voor de stabiliteit binnen het Frankische Rijk. Een krachtige leider als Karel de Grote (786-814) nam al in 800 de eerste defensieve maatregelen om de Noormannen te bestrijden. De intensiteit van de aanvallen nam na zijn dood echter alsmaar toe waardoor het moeizaam opgebouwde handelsnetwerk in West-Europa geleidelijk aan ontwrichtte. Door de verzwakking van het centrale gezag komt de verdediging te rusten op de schouders van de locale graven (leenmannen). Zij bouwen versterkingen - burchten - en ommuren de nederzettingen. In ruil voor bescherming kunnen de locale machthebbers de vrijheden van hun onderdanen inperken en kunnen zij meer en meer onafhankelijk van de vorst hun macht uitoefenen. Zij werken zich op tot locale landsheren, die door een feodale eed van trouw echter wel aan de vorst verbonden blijven.
Lodewijk trouwt twee maal. Eerst in 794 met Irmingard van Haspengouw bij wie hij drie zonen krijgt: Lotharius, Pippijn en Lodewijk. Onder invloed van de geestelijkheid verdedigt hij de eenheid binnen het Frankische Rijk. Vandaar zijn besluit om zijn oudste zoon Lotharius aan te wijzen als medekeizer en opvolger. Zijn andere zoons, Pippijn en Lodewijk, worden onderkoningen en onderschikt aan hun oudere broer. Lodewijk (II), wordt koning van Beieren. Vandaar zijn latere bijnaam: Lodewijk 'de Duitser'. Pippijn krijgt Aquitanië. Deze regeling valt niet bij iedereen in goede aarde. Bernard, zoon van Lodewijk I's broer Pippin van Italië en koning van de Italiaanse provincies, komt in opstand en wordt verslagen. Lothar I krijgt zo Italië erbij. Het Frankische rijk wordt er niet overzichtelijker op!
Na de dood van zijn eerste vrouw hertrouwt Lodewijk in 819 op latere leeftijd met Judith van Beieren, dochter van Welf van Argengouw. Zij schenkt hem in 823 nog een vierde zoon Karel (II), die bekend zal worden als 'de Kale'. Zijn moeder wilde hem koste wat kost bij de regering betrekken. Daarom creëert Lodewijk in 829 voor zijn dan 6-jarige zoontje een nieuw koninkrijk: Alemannië. Zijn twee oudste zoons, Lothar en Pippin, zijn kwaad over deze inbreuk op hun eerste geboorterecht en rukken met hun legers op tegen hun vader. Deze wordt gesteund door zijn zoon Lodewijk II 'de Duitser'. Vader wint de strijd en Lothar I is medekeizer af. Hij blijft wel koning van Italië.
Enkele jaren later worden de geschillen tussen de drie oudste zonen bijgelegd. Samen voeren ze oorlog tegen hun vader en jongere halfbroertje Karel. Paus Gregorius treedt op als bemiddelaar, maar zijn gedrag doet de edelen overlopen naar de drie broers, hetgeen ook de bedoeling van de paus is. In de veldslag die volgt, wordt keizer Lodewijk I verslagen en in 833 wordt hij te Compiègne afgezet. Niet voor lang, want de broers zijn het al snel weer oneens en een jaar later in 834 komt Lodewijk I terug op de troon. Hij bevestigt dit met een hernieuwde kroning te Metz in 835. Pippin van Aquitanië sterft intussen en zijn beide zoons erven niets. Het koninkrijk van Lodewijk II 'de Duitser' wordt ingekrompen tot Beieren. De rest van het Frankische rijk wordt verdeeld tussen Lothar I en Karel II.
In 837 worden onderhandelingen begonnen om het rijksgebied in drie zelfstandige koninkrijken op te delen: West-Franken, Oost-Franken en het Middenrijk. Voordat het akkoord definitief tot een goed einde wordt gebracht overlijdt Lodewijk de Vrome op 20 juni 840 op een eilandje in de Rijn bij Ingelheim. Al spoedig na zijn dood betwisten zijn drie zonen elkaar de verschillende rijksdelen. Bij het verdrag van Verdun (843) krijgt Karel 'de Kale' West-Francie, (Frankrijk plus het westelijke deel van Vlaanderen). Lodewijk 'de Duitser' verwerft Frankenland, Saksen, Beieren en de rest van het rijk ten oosten van de Rijn. Daartussen ligt het welvarende Middenrijk (Lotharingen), dat samen met de keizerskroon naar de oudste zoon Lotharius I gaat. Het strekte zich uit van de Noordzee tot Italie en omvat Nederland, het Westen van België, delen van Frankrijk en Italië alsmede de hoofdstad Aken.
Ja, maar heeft Lodewijk nu wel of niet zelf tegen de Noormannen gestreden? Heeft hij er überhaupt wel eens eentje gezien? Gezien? Ja dus :
In die tijd zocht Haraldr (*), die de hoogste positie in het Deense rijk lijkt te hebben bekleed en die vroeger door de zonen van Guðröðr uit zijn rijk verdreven was, zijn toevlucht bij keizer Lodewijk en gaf zich naar Frankisch gebruik in zijn handen. De koning nam hem op en gelastte hem naar Saksen te gaan om daar te wachten tot hij hem kon helpen zijn heerschappij te herwinnen. (*) Klakk-Haraldr De keizer heeft ook bevolen dat de Saksische graven en de Abodriten, die ooit door keizer Karel waren onderworpen, Haraldr zouden ondersteunen, waarvoor hij zijn gezant Balderik had gestuurd. Toen ze de Eider waren overgestoken kwamen ze in het land van de Noormannen, in een gebied dat Sinlendi (*) heet. Hoewel de zonen van Guðröðr over een groot leger en tweehonderd schepen beschikten, wilden zij zich niet voor een gevecht opstellen, dus gingen beide kampen weer uit elkaar, ze plunderden en brandschatten alles dat ze tegen kwamen, en bovendien namen ze 40 gijzelaars van ieder volk mee. (*) Schleiland in Zuid-Jutland In dat jaar stuurden de zonen van de voormalige Noormannenkoning Guðröðr, door Haraldr gedwongen, gezanten en verzochten de keizer om vrede. Maar dit gezantschap werd door hem als nutteloos en vals verworpen en Haraldr kreeg hulp tegen hen. In deze tijd werd het aan de keizer gemeld dat er 13 schepen uit noordelijke wateren onderweg waren die op onze kusten wilden landen om the plunderen. De keizer gaf orders om naar hen uit te zien en een kustwacht in te stellen. Daardoor werden zij uit Vlaanderen en uit de Seinemonding verdreven, ze vertrokken naar Aquitanië, verwoestten daar het dorp dat Bouin genoemd wordt, en keerden met een rijke buit weer huiswaarts. Uit het land van de Noormannen verscheen Haraldr met zijn echtgenote en een groot aantal Denen, hij werd in Sint-Albans in Mainz met al zijn volgelingen gedoopt en door de keizer met vele geschenken overladen. Omdat de vrome keizer bang was dat hij uit zijn vaderland zou worden geweerd, gaf hij hem een graafschap in Frisia, Rüstringen geheten, waar hij zich in veiligheid kon brengen, mocht dat nodig zijn. Ondertussen hadden de zonen van Guðröðr, de voormalige koning van de Denen, Haraldr uit zijn rijk verdreven. De keizer wilde Haraldr wel helpen, maar hij had een vredesverdrag met de zonen van Guðröðr gesloten, daarom stuurde hij Saksische graven, samen met Haraldr zelf en gaf ze opdracht met de gezanten te onderhandelen dat ze hem, zoals eerder, aan hun heerschappij deel moesten laten nemen. Maar Haraldr was ongeduldig door deze vertraging, zonder ons medeweten brandde hij enige dorpen plat en voerde buit weg. Meteen voerden de Denen bij verrassing een overval uit omdat ze dachten dat wij het gedaan hadden, staken de Eider over, verdreven de veronderstelde daders uit de sterkte, namen alles mee en trokken zich in hun eigen kamp terug. Toen ze de werkelijke toedracht erkenden en bang waren voor een passende wraak, stuurden ze eerst gezanten naar degenen die ze zo'n nederlaag hadden toegebracht, en dan naar de keizer, ze legden hun fout uit en boden bij wijze van verzoening een passende genoegdoening. De wijze van verzoening lieten ze over aan de wensen van de keizer zolang de vrede maar werd gehandhaafd. Dat stond de keizer hen toe overeenkomstig hun wens en verzoek.(tekst is van de website Gjallar
Tja. Lodewijk heeft dus wel contact gehad met de Noormannen maar of hij nu zelf ten strijde is getrokken, dat weet ik nog steeds niet.