dinsdag 29 december 2009

Winter



Het is winter en ja, we hadden een witte Kerst. Nu is het wachten op de oliebollen.

zaterdag 21 november 2009

Sinterklaas is aangekomen

Sinterklaas is aangekomen (ja vind je het gek, met al die snoep in zijn zak).

Sinterklaas kortom is gearriveerd. Hij is binnen.

Het was vandaag mistig, een Sinterklaasaankomst in de mist heeft altijd wat mysterieus. Als kleumende kleuter sta je met gespitste oortjes vlak bij het kille water te wachten, temidden van een hele hoop snotterende, huilende en soms nog niet zindelijke leeftijdgenootjes. En dan hoor je die zware, middenrifdoorklievende toeeeet.

Je hart gaat sneller slaan, je dringt zo ver mogelijk naar voren, de wanhopige juf duwt de meute zo goed mogelijk veilig terug, bijna valt er eentje in het water, en het duurt maar en het duurt maar.

Dan verschijnt de boot. De Pakjesboot! Met alles wat een hele natie aan speelgoed begeert. Allemaal in het ruim van dat ene schip, dat verdacht veel lijkt op een schip van Rijkswaterstaat. Je voelt dat je wordt besodemieterd waar je bijstaat. Maar je weet niet precies hoe.

Koortsachtig duw je de elleboogjes uit je gezicht en dring je naar voren.

"Hé, ouwe lul!" roept een jongen uit groep acht. Hij ontvangt de eerste oorvijg. Die is alvast binnen. Hoe kan het dat dat anders zo timide joch geen respect voor de Sint heeft?

Andermaal voel je nattigheid.

Het paard, dat al op de kade staat te wachten, (opgestuurd uit Spanje?) begint onrustig te worden en dreigt een paar peuters te vermorzelen. Je zingt zo hard je kan in de hoop op wat tandpijn verwekkend zoets. De pieten strooien met pijnlijke hardheid het lekkers in je gezicht en tussen de paardenmest in vind je de allerlekkerste pepernoten.

Er klinkt een benepen kinderstemmetje.

"Mama, wanneer mag hij weer weg?"

"Wat mij betreft, vandaag nog," zegt ma hartgrondig.

zaterdag 24 oktober 2009

Skype! Big Mother is watching you!



Sinds kort kan ik Skypen (dit snapshot is er ook mee gemaakt, ga me niet vertellen dat het ook zonder Skype kan, want dan snap ik het toch niet,) en nu kan ik dus zoonlief die in de kost in Harlingen zit in de smiezen houden.

"Is dat vuile was op de grond?"

"Doe ik zo wel in de tas."

"Je hebt een baard. Je bent zeventien, waarom heb je een baard?"

"Che Guevara. Ben ik fan van."

"Als je fan was van Dolly Parton noemde je je familiejuwelen toch ook niet "Shock and Awe" ?"

"Ik moet nu eten."

"Om vier uur 's middags? Zoon?"

Handig, die webcam. Ik weet precies wat hij doet, maar waar is hij nu gebleven? Zoon?

zondag 18 oktober 2009

Juttersleed






“Nootjes!”

“Laptops!”

“Hout!”

Het zou er allemaal liggen of het kwam er aan, dus wij gistermiddag in de spieren naar het strand. Maar welk strand? We kozen voor Formerum aan Zee, daar zouden we de Jeeps en Landrovers wel in de goede richting zien rijden, vermoedden we, en daarom parkeerden we ons autootje onder de strandovergang, waar we meteen al gezandstraald werden.

Zo’n twintig mensen liepen verspreid over kilometers vloedlijn langs de razende branding en keken hoopvol naar wat er zoal aankwam.

Niks dus.

Dode kwallen, een roestig blikje, nog een roestig blikje, veel piepschuimbolletjes. Ik hoop dat de vogels er af blijven want dat lijkt me niet gezond, verder een stukje hout en een fles.

Er zat iets wits in de fles. Ik hoopte op een briefje. Vroeger heb ik ook vaak flessenpost verzonden en soms kwam er dan een reactie op. Eén fles bleef meer dan twintig jaar vast zitten ergens bij Denemaken voor iemand mijn message in a bottle vond en een briefje stuurde. Ik was intussen al een paar keer verhuisd, maar woonde nog altijd op West, dus dat kwam wel terecht.

Zodoende liep ik door het water naar de fles. Een golf spoelde mijn laarzen onder en vol, de fles verdween, niet meer gezien.


Thuis was er koffie. Gelukkig. Straks nog maar eens kijken. Ik wil een stukkie hout.

vrijdag 2 oktober 2009

Mijn moeder



Albertje Zeeders-Velvis
Ali

23 - 2 - 1924 - 20 - 09 - 2009

zaterdag 18 juli 2009

Regelement

Zo af en toe probeer ik mijn geluk met een verhalenwedstrijd. Ik vond er weer eens eentje. In de regelementen stond het volgende:
"... Verhalen waarin zelfdoding wordt beschreven en / of wordt
gerechtvaardigd, worden niet gepubliceerd."

Nu denk ik wel eens dat de meeste verhalen die worden gepubliceerd, op zijn minst de zelfdoding van de auteur rechtvaardigen. Maar dat zie ik zeker verkeerd :)

dinsdag 2 juni 2009

Skylgenet - Webcams

Skylgenet - Webcams

vrijdag 29 mei 2009

Texas Bronco



Dit is het adres http://www.91stbombgroup.com/crewphotos/texasbronco.html (sorry linken lukt even niet momenteel, geen idee wat ik fout doe, wordt aan gewerkt:) )van de site over de Texas Bronco die in WW2 op Terschelling een noodlanding maakte, met twee dodelijke slachtoffers aan boord van een confrontatie met 5 Duitse Messerschmidts.

Het staat allemaal gedetailleerd beschreven in het boek "We vieren het pas als iedereen terug is" van Johan van der Wal, uit 2007. Een boek over Terschelling in de 2e wereldoorlog dus. Echt interessant vond ik de foto die ik op de site tegenkwam, met de crew van het vliegtuig. De twee dodelijk getroffen bemanningsleden moeten hier zijn begraven door de Duitsers, de overlevenden werden naar de vaste wal afgevoerd. Ik plaats de foto van de bemanning hier, tenslotte is mei de herdenking van de gevallenen van die oorlog.

Sloepenrace!


Vorige week was de HT race, zoals ieder jaar, heel gezellig met al die roeibootjes die de tocht van Harlingen naar Terschelling ondernemen en in de haven eindigen. Dat gaat gepaard met het nodige welverdiende bier dat nog in de sloepen wordt opgedronken.
Onder het publiek op de kade was een jongetje van een jaar of 5, 6 dat gefascineerd toekeek.
"Ooit mag jij ook roeien," zei ik.
"Dat kan ik niet!"
"Waarom niet?"
"Ik lust geen bier!"

maandag 11 mei 2009

Moederdag

dinsdag 17 maart 2009

Op z'n gezondst


Veertig kilometer op de hometrainer, dat duurt een uur en twintig minuten, en een drie kwartier stevig wandelen per dag. Dat is dus 2 uur beweging. En het kost niet eens echt veel moeite, gewoon doortrappen en stappen. Waarom begint een mens daar dan niet eerder aan? En we eten veel sla en zo. Alcohol, daar talen we niet naar. Dat helpt natuurlijk ook wel. Nu ja, hoe dan ook, ben sinds de herfst al drie kledingmaten afgevallen en dat is mooi meegenomen :)

dinsdag 10 maart 2009

Tijdsbeeld?

Overig nieuws:

* 'Blijf van politie-cao af'
* Defensiebonden willen snel cao akkoord tekenen
* BNP Paribas verwacht overname Fortis eind april
* 'Politie werft veel te weinig vrouwen'
* Organon verwisselt van eigenaar
* Postbodes TNT moeten flink inleveren
* Topman Unilever krijgt 1,7 miljoen voor meelopen
* Aholdtop levert in
* Winkelstraten steeds stiller
* Ondernemers steunen elkaar in crisistijd
* Meer vrijwilligers door financiële crisis
* Havenwerk is vaak onnodig veel te zwaar
* Ministers bespreken lagere btw en tekorten
* Winter lichtpunt voor kiepauto's
* Zes op de tien jongeren merken niets van recessie
* Hiswa trekt minder bezoekers
* Topman Goldman Sachs tegen banknationalisatie
* 'Nederlandse garanties banken relatief groot'
* Schuldbekentenis Madoff verwacht
* Werknemers DAF stemmen over sociaal plan
* 'Rabobank profiteerde van redding AIG'
* Fortis laat huidige aandeelhouders beslissen
* GroenLinks wil investeren in 'groene daken'
* Citroën roept 30.000 auto's terug
* Coalitie ziet voortgang in crisisoverleg
* VEB voorstander van nieuw akkoord Fortis
* Opel dreigt met sluiting fabrieken
* FNV pleit voor opleidingsfonds zelfstandigen
* Coalitie verder met crisisberaad
* Britse overheid neemt aandeel van 65 procent in Lloyd's
* Duurzaam ondernemen lijdt niet onder crisis
* AH waarschuwt voor met melamine besmette zoutjes
* Akkoord bereikt over Fortis
* ING-topman had bonussen liever niet betaald
* België dicht bij akkoord over verkoop Fortis
* Kredietcrisis kost goede doelen geld
* Amsterdamse beurs sluit onder 200 punten
* Woningcorporatie Servatius schorst directeur
* Taxibranche maakt terugval mee door crisis
* 'Oplossing crisis is nog ver weg'
* Werkloosheid VS naar 8,1 procent
* Van der Hoeven garant voor meer kredieten
* 'Besluit over overheidssteun Opel duurt nog weken'
* 'Wereld stort niet in bij lage AEX'
* FNV sleept Unilever voor de rechter
* Plasterk roept studenten op voorzichtig te lenen
* KLM wil consument lokken met lagere tarieven
* 'Bos niet verantwoordelijk voor bonussen bij ING'
* 'Economie EU krimpt met 2 procent'
* Pensioenfondsen vinden onderzoek Donner 'prima'

uit: Nu.nl

zondag 8 maart 2009

Een moordzaak in Amerika

Ze verdween op een dag en werd later als skelet teruggevonden. In Orlando, Florida. Ze was twee toen ze verdween. Haar moeder werd een tijdje na haar verdwijning gearresteerd, zij zou de kleine Caylee Anthony hebben vermoord, maar er zijn geen getuigen en ze ontkent. Wel is er secundair bewijsmateriaal en daar zal ze dan wel op veroordeeld worden, vermoed ik. Triest berichtje in de krant.

In Amerika doen ze aan juryrechtspraak. Een onbevooroordeelde jury (die is nu dus niet meer te vinden denk ik) moet het gaan klaren en zeggen wat er moet gebeuren met de jonge moeder. Amerikanen kunnen opgeroepen worden voor jurydienst. Ze krijgen een bericht en moeten dan bellen en horen of ze aan de beurt zijn. Als dat zo is, moeten ze die dag vrijaf nemen, zich op een bepaalde tijd bij een bepaalde rechtbank melden, en dan krijgen ze pas te horen waar het precies over gaat. De rechter bepaalt de strafmaat. Technisch gesproken kan Casey de doodstraf krijgen. Ook als blijkt dat ze psychotisch was, bijvoorbeeld. Dat doet er niet zoveel toe, heb ik het idee. "We kunnen toch niet voor iedere arrestant gaan bekijken of ze wel of niet goed bij haar hoofd was, toen ze het misdrijf pleegde," zei iemand. Nou, dat lijkt me toch wel heel belangrijk.

Maar zover is het nog lang niet. Een verdachte is onschuldig tot het tegendeel is bewezen. Dus wordt er aan beide kanten natuurlijk bewijsmateriaal verzameld. Pro en contra.
De openbare aanklager draagt dekentjes, hartvormige stickers en kleren aan, die bij het stoffelijk overschot zijn aangetroffen. Blijkbaar was de mond van het kind dichtgeplakt met tape. Even griezelen: het vlees was al van het skelet weggerot, want het gebeente lag in een vochtige grond, maar toch zat die tape nog op dr mond. Snap ik niet. Wil ik ook niet begrijpen allemaal. Ducktape heet dat spul trouwens en nu begrijp ik pas de woordspeling Ducktales. Maar dit terzijde. Wel goede kwaliteit.

Als er zoiets als een moord gebeurt, dan ben je geschokt, je wil een paar keer weten wat er aan de hand is en je gaat over tot de orde van de dag, zou je denken. Want, hoe erg ook, tot zover lijkt het niets bijzonders, die dingen gebeuren helaas wereldwijd. Maar toch is er een verschil met alle andere moorden. Want déze zaak is het onderwerp geworden van honderden weblogs in de VS, in Canada en daarbuiten. Misschien omdat de grootvader van het meisje dat omgebracht is, zelf als politieman gewerkt heeft? Of omdat de beoogde moordenares er leuk uit ziet? Omdat het mensen zijn uit de gigantische middenklasse van de US, en ze zich allemaal in het gezin herkennen? Hun religieuze opvattingen, hun morele blik, hun gevoel voor rechtvaardigheid, en vooral het idee dat de zaak door hen al webloggende kan worden opgelost, zorgt voor een immense hoeveelheid volgesnikte dialoogvenstertjes.

Met een fanatisme die je je niet voor kunt stellen, is, al vanaf ze vorig jaar zomer verdween, de halve internetpopulatie bezig de zaak op te lossen. Iedere ademtocht van moeder Casey Anthony, een ongehuwde vrouw van begin twintig, wordt breeduit op de blogs geanalyseerd. Als je het allemaal wilt lezen, ben je jaren bezig. Over álles wordt in meterslange, emotionele comments gediscussieerd: dat de arrestante nerveus glimlachte, dat ze hyperventileerde toen ze hoorde dat er een lijk was gevonden, dat ze van feesten hield, nee, een losbandig leven leidde, nee sterker, dat ze een slet was, nee nog erger, dat ze een monster is! "Ik zag het aan de manier waarop ze in de camera keek!" "Wat goed van je geobserveerd, Triest-door -treurigheid15, je hebt het in je. Je bent zo gevoelig."
En ik overdrijf niet! Je hebt echt een teiltje nodig, wil je er doorheen komen, maar lachen kun je wel. Al is dat niet de bedoeling, natuurlijk. Het ergst zijn de konkelaars, die het liefst op het weblog van iemand anders, hun collega's zwart maken, dat dan weer ontkennen, enzovoort enovoort enzovoort.

Een ware heksenjacht is inmiddels geopend, want ook de familie van de arrestante, die nu in voorarrest zit, wordt op het net hard aangepakt. Niks deugt er van die mensen, alles wordt gedaan om ze zwart te maken. Of ze worden juist hemelhoog geprezen door mensen die ze helemaal niet kennen. Er zijn dan ook twee kampen. Minimaal. Zo heb je de Cindy-haters (Cindy is de moeder van Casey) en die lui grijpen iedere gelegenheid aan om hun eigen ellendige ervaringen met moeders te ventileren, Lee-haters (Lee is de broer van Casey) weten zeker dat hij de vader van het vermoorde kind is. De fantasie gaat steeds verder. Iedereen die zelf een kind heeft, of er ooit een gezien heeft, is een expert op het gebied van opvoeding en Casey is helemaal niet goed opgevoed. Maar Lee dan, die is geen moordenaar toch? Jawel, die heeft meegeholpen. Dat is de vader van het kind! De sentimenten laaien hoog op. Het kleine vermoorde meisje krijgt de onofficiële status van heilige, waarvoor kaarsjes worden opgebrand. “Nu jij in mijn leven bent, heeft mijn leven weer zin.” De leegte van het Amerikaanse achterland in economische crisistijd doemt voor je ogen op. Je wil het niet weten allemaal.

Misschien zit er tussen al die veronderstellingen toch wel een bron van waarheid. Maar die wordt totaal dichtgesneeuwd. Ruzies om wie de meest gevoelige woorden weet te verzinnen, worden in de commentaarvenstertjes met ellenlange slecht gespelde hoofdletterzinnen uitgevochten. En intussen worden de virtuele galgen alvalst klaargezet. Bij ieder nieuw feitje barsten de bloggers massaal uit in hun zo langzamerhand ranzige haat tegen moeder Casey. En Casey’s moeder Cindy deugt ook niet, natuurlijk. Of juist wel. Een heilige is ze! Zelfs de overgrootmoeder van het vermoorde kind wordt er nu al dan niet nog in leven bijgehaald om te vertellen dat het allemaal de schuld is van, ja van wie eigenlijk? Van lieverlee valt men in herhaling. Alles is al gezegd, maar moet dan nog maar eens door de molen.

Maar ook Nancy Grace, een talkshowhost die zich in de zaak heeft vastgebeten en niet bepaald zachtzinnige uitspraken doet, moet het ontgelden. Bij gebrek aan nieuwe feiten, het houdt een keertje op nietwaar, verplaatsen sommige bloggers nu hun frustraties richting haar. Zo christelijk en met god dwepend als ze zijn, krijsen ze onomwonden om Nancy’s bloed. Zelf worden ze niet erkend als journalisten en dat steekt enorm. Nancy Grace heeft een tweeling gekregen en moest daarom tijdelijk stoppen met werken. Zelfs dat is een gegeven om tegen haar te gebruiken. Een medewerker van Nancy Grace pleegde zelfmoord, hoppa, dat is ook haar schuld. Er werd serieus geopperd dat ze achter de tralies moet. Een blogger die ook schreef over het onderwerp, Sean geheten, en die op 25 jarige leeftijd stierf aan kanker, wordt nog even een schop nagegeven door een andere blogger. Want hij schreef rotzooi! Haat en nijd.

De hele zaak hang dus van speculaties en horen en zeggen aan elkaar, en van de documenten, die door de overheid blijkbaar als confetti over de hongerige zaak-verslaafden wordt uitgestrooid. Waarom toch al die aandacht voor deze enkele zaak? Er verdwijnen jaarlijks immers duizenden kinderen in dat immense land, er worden honderden kinderen vermoord. Wereldwijd wil je het niet eens weten. Maar dit meisje, blank natuurlijk want anders zou het niet boeien, laat ze niet los.

Het begon al vrij snel hysterische vormen aan te nemen. Google het er maar eens op na, er wordt al sinds de zomer raak gespeculeerd, gefantaseerd, geoordeeld en gepsychologeerd. Bestaat de nanny die Casey blijkbaar in haar verhoren ter sprake bracht, nu wel of niet? Er is wel iemand met die naam, Zenaida of zoiets, dus is die nu belaagd door fotografen en journalisten en nu wil ze een andere naam aannemen om hier van af te komen. En dat kost dan weer geld. I’ll sue you! Nog meer voer voor de uitgehonderde bloggers en blogcommentatoren, meestal alleenstaande vrouwen van boven de vijftig met treurige aliassen als ‘I know how to suffer’ die doen vermoeden dat het verdriet met veel tenaladies en Sheridans gestopt moet worden.

De gekte gaat steeds verder. Er worden al een soort barbiepoppen gemaakt van Casey, die er trouwens best wel mag wezen, een leuke meid. Ik heb ergens bij een bevriende blogger, die helaas ook al helemaal in de gekte is meegegaan, gesuggereerd dat ze die pop vast als voodoo doll gaan gebruiken.
De speurneuzen die zelf geen weblog hebben, dragen enthousiast de vruchten van hun speurwerk aan en melden fier dat ze verwachten dat de openbare aanklager hun belangrijke materiaal goed zal doorlezen en er zijn voordeel mee zal doen. Iedere internetter is op deze manier detective geworden, in zijn (of meestal: haar)eigen krappe denkcirkeltje. Zij hebben zichzelf helemaal ontdekt, wentelen zich in het ongeluk van de betrokkenen en ontluiken als plastic rozen. Ook onbezoldigde therapisten duiken nu op om iedere treurwilg met raad en daad bij te staan.

Maar het meisje dat in de zomer van 2008 verdween, heeft er helaas niets meer aan. En zij zal op deze manier ook niet rusten in vrede. Vrees ik. Verrek, dit is dus de zoveelste posting over die zaak... Tijd voor tena.

zondag 22 februari 2009

Stukje geschiedenis op de vroege zondagochtend




In 1312 trouwde Wolfert II met Aleid van Henegouwen, dochter van Jan II van Avesnes. In 1308 hadden de heer van Veere en de graaf van Holland, Willem III van Holland die in 1304 zijn vader was opgevolgd, zich verzoend, wat met dit huwelijk bezegeld werd.

Jan II van Avesnes (mogelijk Valenciennes of Bergen, ca. 1248 - Valenciennes, 22 augustus 1304) was als Jan I graaf van Henegouwen van 1280 tot 1304 en als Jan II graaf van Holland en Zeeland van 1299 tot 1304.

Jan was de oudste zoon van Jan van Avesnes (zoon van Margaretha van Constantinopel) en Aleid van Holland (dochter van graaf Floris IV). In februari 1280 volgde hij in Henegouwen zijn grootmoeder Margaretha van Constantinopel op, die aan haar zoon uit haar tweede huwelijk, Gwijde van Dampierre, reeds in 1278 Vlaanderen had afgestaan.

Jan I hervatte de strijd van de Avesnes met de Dampierres om Rijks-Vlaanderen. In 1295 zocht hij toenadering bij de Franse koning Filips IV, die zich van Gwijde van Dampierre afwendde. Ook bemiddelde hij bij de Franse koning ten voordele van zijn neef Floris V van Holland, die om het bezit van Zeeland met het graafschap Vlaanderen in conflict was.

Toen op 1 augustus 1299 Wolfert I van Borselen, de pro-Engelse regent van Holland, werd vermoord, riepen Dordrecht en de andere steden van Holland Jean d'Avesnes te hulp. Hij nam de regering in handen, en werd op 27 oktober officieel door de vijftienjarige graaf Jan I van Holland tot "ruwaard" benoemd voor de duur van vijf jaar. Twee weken later stierf de jonge graaf. Jan van Avesnes, die diens naaste mannelijke erfgenaam was, werd na diens dood in 1299 graaf van Holland. Voortaan was Holland in een personele unie met Henegouwen verenigd.

De Duitse koning Albrecht I meende zich met de opvolging te moeten bemoeien en ging daarvoor naar Nijmegen, maar toen daar een Hollands leger naderde, zette hij zich op sienen peerde ende reet te lande, al dat hi mochte.

In 1300/1301 wist Jan van Avesnes de Franse successen in Vlaanderen uit te buiten om zijn positie te consolideren: hij versloeg de Zeeuwse opstandelingen en maakte zijn broer Gwijde van Avesnes (gestorven in 1317) tot bisschop van Utrecht in 1301.

Na de geslaagde Vlaamse opstand van 1302 (Guldensporenslag) brak voor het huis van Avesnes een kritieke periode aan: in 1303 openden de Vlamingen het offensief in Henegouwen en in Zeeland, gesteund door de vele ontevredenen aldaar. In maart 1304 brachten zij onder Gwijde van Namen op Duiveland een nederlaag toe aan Jans zoon, Willem. Bisschop Gwijde van Utrecht werd gevangengenomen en in Utrecht volgde een anti-Hollandse reactie. Holland en Zeeland zelf vielen grotendeels in handen van Gwijde van Namen of van Jan II van Brabant, die zich bij de aanvallers had gevoegd.

Diezelfde zomer keerden de kansen. Op 11 augustus werd Gwijde van Namen definitief verslagen in de Slag bij Zierikzee door een Hollands-Franse vloot onder leiding van Reinier Grimaldi. Toen Jan I van Avesnes overleed (1304?), was zijn gezag in Holland en Zeeland vrijwel geheel hersteld.

Jan I van Avesnes (Luxemburg, 1 mei 1218 - Valenciennes, 24 december 1257) was Graaf van Henegouwen van 1250 tot 1257.

Hij was de oudste zoon van Margaretha van Vlaanderen en Burchard van Avesnes. Hij was getrouwd met Aleid van Holland. Dit huwelijk moet vooral gezien worden als een politiek strategisch huwelijk. Na het ongeldigverklaarde huwelijk van zijn vader was zijn moeder opnieuw getrouwd met Willem II van Dampierre. Dit huwelijk had ook nakomelingen. Om sterker te staan tegenover Vlaanderen waar de andere kinderen van zijn moeder de macht hadden in de Vlaams-Henegouwse Successieoorlog, zocht hij medestanders in zijn strijd tegen Vlaanderen. Hij vond deze in de graaf van Holland.

Uit het huwelijk met Aleid van Holland werden zeven kinderen geboren:

Jan kreeg nog een achtste kind Margaretha van Avesnes bij een onbekende vrouw.

Margaretha II van Constantinopel (?, juli/augustus 1202 - Dowaai, 10 februari 1280) was gravin van Vlaanderen van 1244 tot 1278 en gravin van Henegouwen van 1244 tot 1280. Zij was de tweede dochter van graaf Boudewijn IX van Vlaanderen en Henegouwen (VI), en Maria van Champagne. Haar vader werd in mei 1204 ook keizer van Constantinopel. Zij stierf in de abdij van Flines (Dowaai).

Na het overlijden van haar moeder (1204) en het verdwijnen van haar vader (april 1205) liet de Franse koning Filips Augustus haar met haar zuster Johanna in 1208 naar het hof in Parijs overbrengen om haar te onttrekken aan anti-Franse invloeden in Vlaanderen. Bij haar terugkeer in 1212 werd Margaretha toevertrouwd aan de Henegouwse ridder Burchard van Avesnes, met wie zij in 1215 op tienjarige leeftijd trouwde. Burchard van Avesnes (1182 - 1244) was een ridder uit het graafschap Henegouwen. Hij was een zoon van Jacob van Avesnes en van Adela van Guise. Burchard is vooral bekend door zijn huwelijk met Margaretha van Constantinopel, de latere gravin van Vlaanderen. Later bleek echter dat Burchard reeds een religieuze wijding had op het moment dat hij huwde met Margaretha. Door die huwelijksbeletselen van Burchard zal Margaretha's zus Johanna bij de paus gaan klagen. Deze zal uiteindelijk het huwelijk tussen Burchard van Avesnes en Margaretha ongeldig verklaren. Aangezien Burchard en Margaretha dit huwelijksverbod aanvankelijk negeren, zal Burchard omstreeks de jaren 1220 gedurende een periode gevangen genomen worden door Johanna van Constantinopel.

De nakomelingen van Margaretha en Burchard zijn bekend als het Huis van Avesnes. Margaretha en Burchard hadden volgende kinderen:

De nakomelingen van Burchard zouden decennia lang strijd leveren om de erfenis van hun moeder Margaretha met de kinderen uit het tweede huwelijk van Margaretha.

Na een klacht van gravin Johanna verklaarde paus Innocentius III het huwelijk ongeldig (Vierde Lateraans Concilie, 1215), dit op grond van het feit dat Burchard subdiaken was gewijd en dus tot de geestelijke stand behoorde. Maar de echtgenoten scheidden voorlopig niet. Pas in 1222 verliet Margareta haar echtgenoot en trouwde in het najaar van 1223 met Willem van Dampierre, een ridder uit de Champagnestreek en een zoon van Gwijde II van Dampierre en van Mathildis I van Bourbon, bij wie zij volgende kinderen had:

Vlaams-Henegouwse Successieoorlog

Toen Margareta haar kinderloze zuster Johanna in 1244 opvolgde als gravin van Vlaanderen en Henegouwen, brak een strijd los tussen de kinderen uit Margaretha's beide huwelijken, de Avesnes en de Dampierres, de Vlaams-Henegouwse Successieoorlog. De Franse koning, in 1246 met de arbitrage belast, wees Vlaanderen toe aan haar zoon Gwijde van Dampierre en Henegouwen aan haar zoon Jan van Avesnes, feitelijk later haar kleinzoon Jan I van Avesnes. Niettemin bleef de vete tussen de beide huizen voortwoeden, zelfs tot in de volgende eeuw. Margaretha zelf stond heel de tijd aan de zijde van de "Vlaamse" Dampierres. De "Henegouwse" Avesnes verbonden zich door het huwelijk van Jan van Avesnes met Aleid van Holland met de Hollandse graven, die ongedaan wilden maken dat zij voor Zeeland leenhulde verschuldigd waren aan Vlaanderen. Zij betwistten ook het bezit door de Dampierres van Rijks-Vlaanderen.

De Franse koning maakte van deze scheidsrechterlijke uitspraak gebruik om zijn positie te versterken:

- hij brak de macht van Vlaanderen-Henegouwen

- hij bezorgde Vlaanderen een vijand in de flank, aangezien de Avesnes zich niet bij de uitspraak neerlegden, dit op grond van het feit dat koning Lodewijk IX van Frankrijk (de Heilige) beslist had over gebieden waarover hij geen leenheer was (Rijks-Vlaanderen in tegenstelling tot Kroon-Vlaanderen).

Op 29 december 1278 deed Margaretha in Vlaanderen troonsafstand ten gunste van haar zoon Gwijde van Dampierre. In Henegouwen bleef zij zelf aan de macht tot aan haar dood: zij werd er opgevolgd door haar kleinzoon Jan II van Avesnes. Door het huwelijk van haar zoon Jan van Avesnes met Aleid van Holland werden Henegouwen, Holland en Zeeland in 1299 (in personele unie) verenigd.

Margaretha II van Vlaanderen overleed te Gent op 10 februari 1280. Geheel volgens haar laatste wilsbeschikkingen werd haar lichaam bijgezet in de door haar gestichte abdij van Flines.

Maria van Champagne (?, 1174 - Akko, 9 augustus 1204) was een dochter van Hendrik I van Champagne en van Maria, dochter van Lodewijk VII. In 1186 trouwde zij met Boudewijn IX van Vlaanderen, en werd de moeder van:

In 1194 legde zij samen met haar man in Brugge de kruisvaardersgelofte af. Boudewijn verliet in 1202 zijn graafschap om zich aan te sluiten bij de vierde kruistocht (1202-1204), die onder impuls van Venetië niet het Heilige Land, maar Constantinopel als doel had. Tijdens zijn afwezigheid nam zijn echtgenote het regentschap in Vlaanderen en Henegouwen waar. Boudewijn werd in 1204 keizer van Constantinopel. Maria reisde dat jaar haar echtgenoot achterna, maar overleed onderweg in Akko.

Hendrik I van Champagne (?, 1126 - Vitry-en-Perthois, 16 maart 1181), bijg.de Vrijgevige, was de oudste zoon van Theobald IV van Blois en Mathildis van Sponheim-Karinthië. Bij de verdeling van Blois-Champagne in 1152, kreeg Hendrik Champagne-Troyes,maar ook Bar, Nevers en Rethel hoorden tot zijn leen. Hendrik voerde veel strijd tegen zijn broers, vazallen en leenheren om bezittings- en rechtsverhoudingen en met Vlaanderen om het regentschap over zijn neef.

Hendrik was gehuwd met Maria van Frankrijk (1145-1198), dochter van Lodewijk VII, en werd vader van:

Theobald IV van Blois (?, 1090 - Lagny-sur-Marne, 10 januari 1152), bijg. de Grote, was de tweede zoon van Stefanus II van Blois en van Adela van Engeland. In 1102 volgde hij zijn vader op als graaf van Blois, Châteaudun, Chartres, Sancerre, Provins en Meaux, en in 1125 zijn oom Hugo als graaf van Champagne. Zijn moeder Adela regeerde tot 1109 voor haar zoon en zij oefende een grote invloed uit tot zij in 1122 in het klooster trad. Om de onafhankelijkheid van zijn graafschap te garanderen, steunde hij op zijn oom, koning Hendrik I van Engeland, maar in zijn poging om hem op te volgen, stootte hij op zijn broer Steven. Theobald richtte zich vervolgens op de uitbouw van zijn positie in Oost-Frankrijk. Hij was bevriend met Bernard van Clairvaux en was zeer vrijgevig voor de Kerk. Theobald was zich bewust van het belang van de internationale handel en bevorderde de beurzen in Champagne, dat stilaan het zwaartepunt van zijn vorstendom werd.

Theobald was in 1123 gehuwd met Mathildis, dochter van graaf Engelbert van Karinthië (-1061), en werd vader van:

· Mathildis (-1184), gehuwd met graaf Rotrud IV van Perche (-1191)

· Stefanus I (1130-1191), graaf van Sancerre

· Margaretha, non in Fontevrault

· Hugo, abt van Cîteaux

· Theobald V (-1191).

Stefanus II Hendrik van Blois (?, 1045 - Ramla, 19 mei 1102) was graaf van Blois, Chartres, Dunois en Meaux, en was een van de leiders van de Eerste kruistocht.

Hij trouwde in 1080 met Adela van Normandië, een zus van Robert van Normandië en dochter van Willem de Veroveraar. Met Robert trok hij ook op kruistocht. Tijdens deze tocht schreef hij enthousiaste brieven terug aan zijn vrouw over al zijn belevenissen. Hij maakte echter zijn tocht niet af, hij kwam tot het Beleg van Antiochië daar kon er lang geen doorgang worden gevonden, en Stefan was bang om van de honger om het leven te komen en keerde terug naar huis. Thuis kreeg hij verwijten dat hij zijn kruisvaart niet vervuld had, en als hij in 1100 de kans krijgt om met de Kruisvaart van 1101 mee te kunnen, staat zijn vrouw Adela erop dat hij meegaat. Deze kleine kruistocht wordt een fiasco en Stefan weet na zijn nederlaag bij Mersivan via Tarsus naar Antiochië te vluchten, in februari 1102 komt hij met de overblijfselen van de kruisvaarders aan in Jeruzalem. Hij besluit niet naar huis te keren, maar zijn diensten aan te bieden aan Boudewijn de koning van Jeruzalem. Enkele maanden later neemt hij deel aan de Slag bij Ramla, tijdens een charge in een van de kasteel torens te Ramala, wordt Stefanus neergespietst door een egyptische soldaat op 19 mei.

Eén van zijn zoons, ook genaamd Stefanus van Blois, werd koning van Engeland. Andere kinderen waren:

  • Hendrik (100-1171), bisschop van Winchester,
  • Odo
  • Mathildis (-1120), in 1115 gehuwd met Rihard van Avranches, graaf van Chester,
  • Adela, in 1112 gehuwd met Miles van Montlhery, burggraaf van Troyes (-1118),
  • Eleonora, gehuwd met graaf Roland I van Vermandois (-1152)
  • Agnes, gehuwd met Hugo III van Puiset (-1132)
  • Theobald IV (-1152)
  • Willem I van Sully
  • Alice, gehuwd met Reinout III van Joigny.

Theobald III van Blois (1010 - 29/30 september 1089) was een zoon van Odo II van Blois uit diens tweede huwelijk met Irmgard van Auvergne. Na de verdeling van het graafschap in 1037, werd Theobald graaf van Blois-Chartres en van Dunois. Zijn gebied behelsde Meaux, Sancerre, Châteaudun, Beauvais, Tours, Sens, maar hij verloor Sens en Beauvais aan de kroon en Tours aan Anjou. Theobald zocht daarop steun bij keizer Hendrik III en bezette in 1048 Champagne, bij het overlijden van zijn broer, om in 1053 na veel strijd met zijn neven definitief de kroondomeinen in te palmen. Theobald zocht daarop weer toenadering tot de koning van Frankrijk en steunde hem in diens strijd tegen Normandië-Engeland. Theobald was in zijn tijd de machtigste kroonvazal en een typisch vertegenwoordiger van het opkomende ridderschap.

Hij was gehuwd met:

en werd vader van:

Odo II van Blois (?, 990 - Bar, 15 november 1037) was de tweede zoon van Odo I van Blois en Bertha van Bourgondië. Tot in 1023 onderhield Odo goede betrekkingen met Robert II van Frankrijk, die hem de titel van paltsgraaf had toegekend. Hij diende strijd te leveren tegen Fulco III van Anjou, die Tours wilde veroveren en leed in 1016 een zware nederlaag in Pontlevoy. In 1015 had hij al Beauvais opgegeven voor het geografisch beter gelegen Sancerre. Wanneer hij in 1023 de graafschappen Troyes, Meaux en Châlons erft van zijn neef Steven, verslechteren de betrekkingen met Robert II van Frankrijk. Odo moet daarop wel een akkoord met Hendrik II aanvaarden over de zeggenschap over Reims. Met Duits koning Koenraad II trad hij in een machtsstrijd over Bourgondië. Koenraad II had zich meester gemaakt van Bourgondië, terwijl Odo vond dat Bourgondië hem toekwam, als naaste verwant van de overleden Rudolf III van Bourgondië. Odo trok naar Aken en nam Bar-le-Duc in, maar stootte op een leger van Gozelo I van Verdun en sneuvelde in de daaropvolgende slag van Bar.

Odo was gehuwd met:

en werd vader van:

Odo I van Blois (950-995) was de jongste zoon van Theobald I van Blois en Lutgardis van Vermandois. Odo erfde van moederszijde het graafschap Omois, de abdij Sint-Médard-de-Soissons en het graafschap Reims. Samen met zijn neef Heribert van Troyes, steunde hij de veroveringspolitiek van Lotharius van Frankrijk in Lotharingen en nam hij graaf Godfried van Verdun gevangen. In 990 maakte Odo het graafschap Dreux afhandig van de nieuwe koning Hugo Capet. Zijn weduwe, Bertha, dochter van Koenraad van Bourgondië, huwde na zijn dood met koning Robert II van Frankrijk.

Odo was vader van:

Theobald I van Blois, bijg. de Bedrieger, (-16 januari 975) was een zoon van burggraaf Theobald de Oude van Tours en van Richildis van Bourges. Hij volgde in 940 zijn vader op als burggraaf van Tours en steunde zijn leenheer Hugo de Grote tegen Lodewijk IV van Frankrijk. Door zijn huwelijkspolitiek kreeg hij zicht op een deel van de erfenis van Herbert II van Vermandois, evenals de controle op het noorden van Bretagne en het graafschap Rennes. In het machtsvacuüm na de dood van Hugo de Grote, verwierf hij het graafschappen Chartres en Châteaudun en noemde hij zich graaf. Na zijn nederlaag in 962 tegen Richard I van Rouen, een schoonbroer van Hugo Capet, koos hij partij voor Lotharius van Frankrijk. Theobald geldt als grondlegger voor de macht van Blois-Champagne.

Theobald was gehuwd met Lutgardis van Vermandois, dochter van Herbert II van Vermandois, en weduwe van Willem I van Normandië, en werd vader van:

  • Theobald ((945-962)
  • Hugo (-985), aartsbisschop van Bourges
  • Emma (950-1003), gehuwd met Willem IV van Aquitanië (-993)
  • Odo I (950-996)
  • Hildegard,gehuwd met graaf Burchard I van Montmorency.

Theobald de Oude (890-943) geldt als de stamvader der Theobalders. Hij werd burggraaf en graaf van Blois en van Tours. Hij was gehuwd met Richildis, dochter van Hugo van Bourges, die na zijn dood hertrouwde met Roger van Maine. Theobald werd de vader van:


bron: oa Wikipedia

dinsdag 10 februari 2009

Sneeuw!

Het heeft vannacht hard gewaaid en nu ligt er een behoorlijke laag sneeuw. Het sneeuwt nog steeds. Het lijkt verdorie wel winter!

maandag 9 februari 2009

Minister geeft toestemming: Herten worden afgemaakt

- De illegaal op Terschelling uitgezette edelherten mogen worden gedood. Minister Gerda Verburg van Landbouw heeft daar maandag toestemming voor gegeven.

Volgens de minister is de kans op een succesvolle afronding van de verdovingsactie te klein en is er geen andere oplossing dan afschieten.

De afgelopen twee weken heeft een team van deskundigen op het eiland geprobeerd de herten te vangen met behulp van verdovingspijlen. Eén hert werd daarmee gevangen. bron: Nu.nl Volgens het Journaal zouden de herten een gevaar voor de verkeersveiligheid opleveren en is dat de reden dat ze er aan moeten.

Nou lekker dan. Zwangere herten doodschieten. Er zijn vast wel gegadigden voor. Het houdt de gemoederen wel bezig.

donderdag 5 februari 2009

Liedjes van het Liedgenootschap


Op mijn oude blog vond ik een reactie van dik een jaar terug en een link. Die link leidt naar een website met zeemansliedjes.

zondag 1 februari 2009

Wandeling bij min zoveel en harde wind







Beetje koud, dat wel. Een frisse neus gehaald bij de Wierschuur.

maandag 19 januari 2009

Een vriendendienst (kort verhaal)


Het zenuwslopende van huurmoordenaar zijn, is dat je je nergens veilig waant. Dat was aanvankelijk ook de reden dat ik er van afzag toen me werd gevraagd de dood van mijn petekind te wreken. Ik zei iets in de trant van: “Dan heb ik geen rustig leven meer, Suus.” Waarop mijn verdrietige vriendin, een aan huis gebonden reumapatiënte, zei: “Dat is dan jammer, maar dat hebben we nu dus ook niet meer.” En ze had gelijk. Dus voilà.
Anton de Vijver heette de klootzak die haar kleindochter Lies om zeep hielp door met zijn zatte hersens te hard te rijden en haar te scheppen. Ze was achttien. De hufter.

Daar stond ik dan op de kade van North Shields. Voorjaar in Noord-Engeland, maar bitter koud. En guur. De overtocht met de King of Scandinavia was op zijn minst nogal “bumpy”geweest, zoals de Thaise ober aan het ontbijt als excuus had opgevoerd voor de vele lege plaatsen in het scheepsrestaurant. Ik heb trouwens wel heerlijk gegeten, want dat heb ik uit mijn jeugd meegekregen, dat je in ieder geval goed moet eten, wat er ook gebeurt. Kan mij zo’n windkracht acht schelen.
Ik had op dat moment nog geen plan hoe ik Anton naar de andere wereld zou helpen. Het enige dat ik wist, was dat hij in een Schots kustplaatsje was gaan wonen nadat die idioot van een rechter hem had vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs. Hij had nota bene bekend, maar was daar later op terug gekomen!
“Ik acht het onvoldoende bewezen,” zei die rechter. Nou ja!
Dondert allemaal niet meer.

Ik was er. Ik schutterde door de douane, een Nederlandse vrouw van in de zeventig (Ik ben op de dag af zo oud als koningin Beatrix! Mijn ouders hebben me daarom Wilhelmina laten dopen. Ze gingen er vanuit dat het prinsesje ook zo zou heten. Dit terzijde, natuurlijk.) Ik liet twee keer mijn paspoort vallen. Een stevige tante met ietwat overgewicht en beperkte kennis van de Engelse taal, met een sleets reistasje op weg naar een oude vriendin in Scarborough. Dat was tenminste mijn dekmantel, zeg maar. Ik ging natuurlijk helemaal niet naar Scarborough, al had ik daar wel treintickets voor besteld en laten opsturen. Alibi. Die Engelse vriendin bestond wel en was helemaal op de hoogte. Janet zou, indien nodig, de politie ervan verzekeren dat ik bij haar was ten tijde van het verscheiden van Anton. We hadden echt aan alles gedacht. Behalve dan aan een moordwapen. Dat werd iets van improviseren.

Ik liet me met een taxi naar Newcastle rijden en daar overnachtte ik als Wilma Stubbs in het Thistle hotel, zo’n vergane glorie toestand, maar wel pal tegenover het station. Ze vroegen niet naar enige identificatie. Drie nachten verbleef in het hotel voor ik me op de trein naar Schotland waagde. Ik ging nu anoniem door het leven, als een stugge Noord Engelse met een nylon hoofddoekje omgeknoopt. Gelukkig ben ik goed in het nadoen van accenten. Ik geloof niet dat iemand door had dat ik helemaal geen Engelse ben. Niet dat het veel uitmaakte, want ik viel totaal niet op. Ik nam als eerste plaats in de coupé van het Scotsrail-treinstel en keek nauwelijks naar mijn medepassagiers, die binnendruppelden en zich over de stoelen verspreidden. Het werd behoorlijk druk, maar daar was ik op voorbereid. Zodra er iemand tegenover me ging zitten, een man van een jaar of veertig, dook ik in een Womans Own, een verschrikkelijk truttig blaadje waar ik bijkans van in slaap viel. Helaas was mijn metgezel een Prater.
“Good reading?” vroeg hij met zo’n blije glimlach die niet veel goeds voorspelde.
“Jolly good,” mompelde ik en ik las stug verder. Het kostte me niet veel moeite een stuk chagrijn te verbeelden á la Ena Sharples, u weet wel, dat ouwe sekreet uit Cornonation Street, maar dat schrok die sukkel niet af. Hij begon over zijn tenen. Ik bedoel, zijn ténen! Hé, man, shut up, dacht ik. Ik ben op weg naar een moord!
En daarmee kwam het morele aspect van de onderneming om de hoek kijken. Terwijl die kerel maar dooremmerde over zijn voetproblemen, hij had schimmel en ingegroeide nagels en weet ik wat niet meer allemaal, begon ik me af te vragen of het ethisch wel verantwoord was om het recht in eigen hand te nemen.
“And it is so unpleasant to walk,” klaagde de zeikerd verder. We naderden het eerste station, Metro heette het daar, een groot winkelcentrum geloof ik. Er stapten heel wat treurige types uit en de trein ging veel leger verder, maar die kerel tegenover me zat er nog steeds en hij vertrouwde me toe dat hij naar Gretna ging om zijn kinderen te bezoeken. Dat was nog een aardig eindje, en dus begon ik aan een kruiswoordpuzzel. Ik verloor mijn geduld met die vent.
“Why don’t you have them amputated?” opperde ik na zijn zoveelste klacht richting voeten. Kortom, die reis was een bezoeking. Pas toen die man eindelijk was uitgestapt, een hele klus met zijn zere poten, ontspande ik een beetje.
De trein was nu vrijwel leeg. Buiten het grauwe desolate landschap van Zuid Schotland. Het werd alweer donker voor het echt licht was geweest.
Na een oponthoud van een uur, er stonden tachtig koeien op de rails en die moesten er eerst weer afgejaagd worden, arriveerden we laat in de middag dan eindelijk in het kustplaatsje Troon. En hier woonde Anton de Vijver dus.

Troon is verschrikkelijk. Ik zal er geen woorden aan vuil maken.

Omdat ik zo had ingeschat dat er midden in de winter in een kustplaats wel onderdak te vinden zou zijn, had ik van te voren geen accommodatie geboekt. Het viel nog tegen, maar met de hulp van een taxichauffeur van mijn leeftijd en dus van het fatsoenlijke soort want de oorlog meegemaakt, belandde ik binnen het uur in het Anchorage Hotel met een uitermate gezellige pub, dat was wel een verrassing in al die nattige grauwigheid buiten. Ik maakte de eigenaar wijs dat ik de volgende dag met de ferry naar Ierland wilde. Hij vond het heel sportief van me, op mijn leeftijd en helemaal alleen. Vervolgens at ik haggis, dat beruchte Schotse gerecht gekookt in een schapenmaag, want dat wilde ik wel eens proberen en ik was er nu toch, maar daar was niks aan, gewoon gehakt zonder zout en peper. Na de maaltijd, tea geheten, zei ik tegen de eigenaar dat ik even een ommetje ging maken.

Snertweer. Ik rilde in mijn te dunne regenjas, een onopvallend modelletje in beige. Dondert niet. Ik had thuis op de pc via Google Earth een handige kaart van Troon gevonden en uitgeprint en al dolende stond ik ineens voor het huis van Anton de Vijver.

Hoe ik achter zijn adres was gekomen, wil ik nog wel even vermelden. Mensen zijn zo slordig soms. Hij wilde na die schandalige uitspraak van de rechter die voor hem zo gunstig had uitgepakt, uit Nederland verdwijnen, maar hij wenste wel zijn tijdschriftenabonnementen te blijven aanhouden. Het is echt niet zo moeilijk om achter dat soort gegevens te komen. De zoon van Suus werkt in de tijdschriftenwereld en die had het zo gevonden.

Zijn naam stond niet op de deur van het huis met uitzicht op een lullig strandje met stinkend zeewier. Wel de naam van de vrouw met wie hij iets had en bij wie hij was ingetrokken, dat wist ik dankzij de zoon van Suus, dus ik zat goed.
Ik probeerde naar binnen te kijken, maar die Schotten hebben ’s avonds de gordijnen dicht. Er brandde wel licht.

Anton de Vijver was in Nederland werkzaam als vertegenwoordiger in draaibanken. Ja, zoiets verzin je niet. Hij was altijd onder weg en al vaak beboet voor rijden onder invloed, een alcoholist dus, maar zijn rijbewijs was slechts één keer ingenomen.
Ik hoorde hem lachen. In het oranje licht van de straatlantaarns zag ik dat hij een onverzorgd voortuintje had. Er groeide onkruid, dat ik herkende en daar zat ook wat dolle kervel bij. Je moet echt wel wat van planten weten als je dolle kervel bij dat licht van gewone kervel kunt onderscheiden. Dat wel. Ik stond er over heen gebogen, toen ik iets anders zag staan. Lelietjes van Dalen. Honderden. Veel mensen weten het niet, maar dat is een echte gifplant.
Ik plukte snel een mooi grote bos, verscheurde de bloemen tot kleine stukjes en keek om me heen. Niemand te zien, er waaide een krant over het trottoir maar verder bewoog er niets.
Ik liep naar de achterdeur en opende die voorzichtig.
Er stond iets op het vuur in de kleine keuken. Een grote pan. Het rook naar groentensoep.

Ik sloop naar binnen, een hond model sukkel lag me vriendelijk aan te kijken vanuit zijn mand onder de tafel. Als die hond zou aanslaan, was ik erbij, dus aaide ik het beestje.
Ik wilde de Lelietjes van Dalen eenvoudigweg in de soep kieperen, maar op dat moment hoorde ik die vrouw zingen. Margaret heette ze. Zij zou ongetwijfeld van dezelfde soep eten als Anton. Ik kon het niet maken. Waarom had Suus haar zoon eigenlijk niet gevraagd dit te doen? Waarschijnlijk had ze dat wel gedaan, maar durfde die lafbek niet.
Met spijt deponeerde ik de bladen, stengels en klokjes in de afvalbak, die net iets te veel lawaai maakte. Ze hadden het gehoord.

“What was that? Anton?”
“I’ll take a look.”

Ik wachtte niet en rende de achterdeur uit, om me achter de schuur te verbergen. Hijgend. Mijn conditie is niet optimaal.
“It must have been the dog,” hoorde ik Anton zeggen. “The door is open, but there is no one here.””What are those flowers doing in the bin?” hoorde ik even later, ik stond nog altijd achter het huis bij te komen van de schrik.
“What flowers do you mean?” zei Anton. God, wat had die man een vreselijk Hollands accent.
“My Lily-of-the-Valleys! Look! Why did you pick them? O my God!” schreeuwde ze opeens uit. “I know what it is! You want to poison me, don’t you? That is why you wanted to cook tonight! That is why you made soup!”
O hemeltje, dacht ik, ze hebben wel een lekkere relatie! Vertrouwen is ook maar alles.

Ik was nieuwsgierig en ik wilde weten of ze elkaar de hersens zouden inslaan. Dus kwam ik achter die schuur tevoorschijn en nam een kijkje door het keukenraam. Margaret was een leuke, kleine, Schotse vrouw met rossig haar. Ze droeg een roze truitje met daarop de afbeelding van een hond, van hetzelfde soort als er in de mand onder de keukentafel lag. Ze hield een joekel van een keukenmes in haar hand en hield die omhoog. Toen stak ze toe. En niet één keer, maar minstens zes. Bloed spatte overal naartoe.

De rest heb ik niet afgewacht. Ik sloop de tuin uit en ben rustig wandelend teruggegaan naar het hotel. Daar heb ik dankzij al die frisse lucht lekker geslapen en de volgende dag, na het ontbijt, vertelde ik de eigenaar van het hotel dat ik vanwege het slechte weer afzag van mijn tripje naar Ierland. Een taxi bracht me naar het station en ik nam de trein terug naar Newcastle. Onderweg probeerde ik iets over de moord op Anton in de kranten te vinden, maar het was zeker nog te vroeg daarvoor. Nog dezelfde dag reisde ik naar IJmuiden en daar stond de zoon van Suus me op te wachten, zoals gepland.

Een week later hoorde ik van Janet dat ze in de Scotsman had gelezen dat Anton vermoord was aangetroffen.

En nu geloven ze me niet, hè. Suus niet, Janet niet en de zoon van Suus ook niet. Maar het is toch echt zo gegaan, meneer de Officier van Justitie. Hoe spreek ik u eigenlijk aan? Edelachtbare? Niemand van mijn vrienden gelooft nu dat ik onschuldig ben aan de dood van Anton. Vandaar dat ik hierbij deze verklaring afleg. Ik heb Anton de Vijver niet vermoord, omdat ik Margaret wilde beschermen. Het kan raar lopen.

Dit is het 2e verhaal dat ik naar Woordenstroom heb ingestuurd. En het eindigde weeral 'hoog' dus ben ik best wel trots.

hoog geëindigde inzendingen 1e ronde schrijfwedstrijd 2009:
And all that jazz / trawant; op bezoek bij mijn vader / hanna linssen;
een vriendendienst / ina schroders-zeeders; madeliefje / elske dekker;
de laatste keer / ate vegter / de vrouw van potifar / annelies berends;
deux ex machina / jop koster; uit grijstinten gegroeid / daniëlle kaiser;
poeziebijdragen volgen later!!


zondag 18 januari 2009

Afbeeldingen van Lodewijk de Vrome









Ze hadden echt geen idee hoe hij er uitzag, geloof ik. Op ieder schilderij is hij anders.

zaterdag 17 januari 2009

Het licht van de Brandaris is stuk

Op deze foto doet ie het nog, maar toen we gisteren thuiskwamen, zagen we dat het licht van de Brandaris wel op een heel laag pitje stond. Eerst dacht ik nog dat het aan mij lag, want net terug van de oogarts dus misschien nog wat wazig, maar nee. Hij is stuk en torent nu sober boven alles uit in een akelige donkerte.

vrijdag 16 januari 2009

Lodewijk de Vrome en de Noormannen

Dat is wel grappig, net als ik voor een verhaal in de geschiedenis van de Noormannen in Wieringen wil duiken, en tegelijkertijd iets meer wil weten over Lodewijk de Vrome, zoon van Karel de Grote (dat kan je zo hebben, niet waar en ja hij zit behoorlijk vaak in de stamboom :) ) , blijkt dat de Noormannen en Lodewijk in dezelfde tijd onze geschiedenis hebben bevolkt. De Noormannen vielen onze contreien binnen tussen 810 en 1009, dus 1000 jaar geleden, en Lodewijk leefde van 778 tot 20 juni 840. Dus vraag je je meteen af: heeft Lodewijk dan weleens tegen de Vikingen gevochten?

Dat zoeken we op. Ik geef de tekst hier weer, afkomstig van een Belgische site die genealogische Netring heet,

Lodewijk de Vrome werd tussen 16 april en de herfst van 778 geboren als zoon van Karel de Grote en Hildegard van Vinzgau. Na de dood ,van zijn oudere broers Karel en Pippijn, wordt Lodewijk in 813 te Aken door zijn vader tot keizer gekroond en als mederegent aangesteld. Bij de dood van Karel de Grote erft hij, als enige overlevende zoon, het complete rijk. Hij is dan 36 jaar oud. In 816 laat hij zich, opnieuw, door paus Stephanus IV in Reims tot keizer kronen.

In tegenstelling tot zijn vader heeft Lodewijk wel onderwijs genoten, maar hij bezat noch de energie, noch het gezond verstand van Karel de Grote. Zijn heerschappij werd gekenmerkt door slapheid en besluiteloosheid. Lodewijk kreeg dan ook al gauw problemen met de administratie van het grote rijk. Hij koos daarom voor de invoering van het leenstelsel (feodaliteit). Maar met het erfelijk-worden van de leen nam ook de macht van de koning af.

De vele interne strubbelingen maakten het Rijk kwetsbaar voor invallen. De Noormannen voerden regelmatig plunderingen uit, tot ver in in het binnenland, op zoek naar kostbare voorwerpen. Deze bevonden zich vooral in de kloosters, die dan ook dikwijls het slachtoffer van de plunderingen waren. De regelmaat en de kracht van de invallen zijn desastreus voor de stabiliteit binnen het Frankische Rijk. Een krachtige leider als Karel de Grote (786-814) nam al in 800 de eerste defensieve maatregelen om de Noormannen te bestrijden. De intensiteit van de aanvallen nam na zijn dood echter alsmaar toe waardoor het moeizaam opgebouwde handelsnetwerk in West-Europa geleidelijk aan ontwrichtte. Door de verzwakking van het centrale gezag komt de verdediging te rusten op de schouders van de locale graven (leenmannen). Zij bouwen versterkingen - burchten - en ommuren de nederzettingen. In ruil voor bescherming kunnen de locale machthebbers de vrijheden van hun onderdanen inperken en kunnen zij meer en meer onafhankelijk van de vorst hun macht uitoefenen. Zij werken zich op tot locale landsheren, die door een feodale eed van trouw echter wel aan de vorst verbonden blijven.

Lodewijk trouwt twee maal. Eerst in 794 met Irmingard van Haspengouw bij wie hij drie zonen krijgt: Lotharius, Pippijn en Lodewijk. Onder invloed van de geestelijkheid verdedigt hij de eenheid binnen het Frankische Rijk. Vandaar zijn besluit om zijn oudste zoon Lotharius aan te wijzen als medekeizer en opvolger. Zijn andere zoons, Pippijn en Lodewijk, worden onderkoningen en onderschikt aan hun oudere broer. Lodewijk (II), wordt koning van Beieren. Vandaar zijn latere bijnaam: Lodewijk 'de Duitser'. Pippijn krijgt Aquitanië. Deze regeling valt niet bij iedereen in goede aarde. Bernard, zoon van Lodewijk I's broer Pippin van Italië en koning van de Italiaanse provincies, komt in opstand en wordt verslagen. Lothar I krijgt zo Italië erbij. Het Frankische rijk wordt er niet overzichtelijker op!


Na de dood van zijn eerste vrouw hertrouwt Lodewijk in 819 op latere leeftijd met Judith van Beieren, dochter van Welf van Argengouw. Zij schenkt hem in 823 nog een vierde zoon Karel (II), die bekend zal worden als 'de Kale'. Zijn moeder wilde hem koste wat kost bij de regering betrekken. Daarom creëert Lodewijk in 829 voor zijn dan 6-jarige zoontje een nieuw koninkrijk: Alemannië. Zijn twee oudste zoons, Lothar en Pippin, zijn kwaad over deze inbreuk op hun eerste geboorterecht en rukken met hun legers op tegen hun vader. Deze wordt gesteund door zijn zoon Lodewijk II 'de Duitser'. Vader wint de strijd en Lothar I is medekeizer af. Hij blijft wel koning van Italië.

Enkele jaren later worden de geschillen tussen de drie oudste zonen bijgelegd. Samen voeren ze oorlog tegen hun vader en jongere halfbroertje Karel. Paus Gregorius treedt op als bemiddelaar, maar zijn gedrag doet de edelen overlopen naar de drie broers, hetgeen ook de bedoeling van de paus is. In de veldslag die volgt, wordt keizer Lodewijk I verslagen en in 833 wordt hij te Compiègne afgezet. Niet voor lang, want de broers zijn het al snel weer oneens en een jaar later in 834 komt Lodewijk I terug op de troon. Hij bevestigt dit met een hernieuwde kroning te Metz in 835. Pippin van Aquitanië sterft intussen en zijn beide zoons erven niets. Het koninkrijk van Lodewijk II 'de Duitser' wordt ingekrompen tot Beieren. De rest van het Frankische rijk wordt verdeeld tussen Lothar I en Karel II.

In 837 worden onderhandelingen begonnen om het rijksgebied in drie zelfstandige koninkrijken op te delen: West-Franken, Oost-Franken en het Middenrijk. Voordat het akkoord definitief tot een goed einde wordt gebracht overlijdt Lodewijk de Vrome op 20 juni 840 op een eilandje in de Rijn bij Ingelheim. Al spoedig na zijn dood betwisten zijn drie zonen elkaar de verschillende rijksdelen. Bij het verdrag van Verdun (843) krijgt Karel 'de Kale' West-Francie, (Frankrijk plus het westelijke deel van Vlaanderen). Lodewijk 'de Duitser' verwerft Frankenland, Saksen, Beieren en de rest van het rijk ten oosten van de Rijn. Daartussen ligt het welvarende Middenrijk (Lotharingen), dat samen met de keizerskroon naar de oudste zoon Lotharius I gaat. Het strekte zich uit van de Noordzee tot Italie en omvat Nederland, het Westen van België, delen van Frankrijk en Italië alsmede de hoofdstad Aken.

Ja, maar heeft Lodewijk nu wel of niet zelf tegen de Noormannen gestreden? Heeft hij er überhaupt wel eens eentje gezien?
Gezien? Ja dus :

In die tijd zocht Haraldr (*), die de hoogste positie in het Deense rijk lijkt te hebben bekleed en die vroeger door de zonen van Guðröðr uit zijn rijk verdreven was, zijn toevlucht bij keizer Lodewijk en gaf zich naar Frankisch gebruik in zijn handen. De koning nam hem op en gelastte hem naar Saksen te gaan om daar te wachten tot hij hem kon helpen zijn heerschappij te herwinnen.
(*) Klakk-Haraldr
De keizer heeft ook bevolen dat de Saksische graven en de Abodriten, die ooit door keizer Karel waren onderworpen, Haraldr zouden ondersteunen, waarvoor hij zijn gezant Balderik had gestuurd. Toen ze de Eider waren overgestoken kwamen ze in het land van de Noormannen, in een gebied dat Sinlendi (*) heet. Hoewel de zonen van Guðröðr over een groot leger en tweehonderd schepen beschikten, wilden zij zich niet voor een gevecht opstellen, dus gingen beide kampen weer uit elkaar, ze plunderden en brandschatten alles dat ze tegen kwamen, en bovendien namen ze 40 gijzelaars van ieder volk mee.
(*) Schleiland in Zuid-Jutland
In dat jaar stuurden de zonen van de voormalige Noormannenkoning Guðröðr, door Haraldr gedwongen, gezanten en verzochten de keizer om vrede. Maar dit gezantschap werd door hem als nutteloos en vals verworpen en Haraldr kreeg hulp tegen hen.
In deze tijd werd het aan de keizer gemeld dat er 13 schepen uit noordelijke wateren onderweg waren die op onze kusten wilden landen om the plunderen. De keizer gaf orders om naar hen uit te zien en een kustwacht in te stellen. Daardoor werden zij uit Vlaanderen en uit de Seinemonding verdreven, ze vertrokken naar Aquitanië, verwoestten daar het dorp dat Bouin genoemd wordt, en keerden met een rijke buit weer huiswaarts.
Uit het land van de Noormannen verscheen Haraldr met zijn echtgenote en een groot aantal Denen, hij werd in Sint-Albans in Mainz met al zijn volgelingen gedoopt en door de keizer met vele geschenken overladen. Omdat de vrome keizer bang was dat hij uit zijn vaderland zou worden geweerd, gaf hij hem een graafschap in Frisia, Rüstringen geheten, waar hij zich in veiligheid kon brengen, mocht dat nodig zijn.
Ondertussen hadden de zonen van Guðröðr, de voormalige koning van de Denen, Haraldr uit zijn rijk verdreven. De keizer wilde Haraldr wel helpen, maar hij had een vredesverdrag met de zonen van Guðröðr gesloten, daarom stuurde hij Saksische graven, samen met Haraldr zelf en gaf ze opdracht met de gezanten te onderhandelen dat ze hem, zoals eerder, aan hun heerschappij deel moesten laten nemen. Maar Haraldr was ongeduldig door deze vertraging, zonder ons medeweten brandde hij enige dorpen plat en voerde buit weg. Meteen voerden de Denen bij verrassing een overval uit omdat ze dachten dat wij het gedaan hadden, staken de Eider over, verdreven de veronderstelde daders uit de sterkte, namen alles mee en trokken zich in hun eigen kamp terug. Toen ze de werkelijke toedracht erkenden en bang waren voor een passende wraak, stuurden ze eerst gezanten naar degenen die ze zo'n nederlaag hadden toegebracht, en dan naar de keizer, ze legden hun fout uit en boden bij wijze van verzoening een passende genoegdoening. De wijze van verzoening lieten ze over aan de wensen van de keizer zolang de vrede maar werd gehandhaafd. Dat stond de keizer hen toe overeenkomstig hun wens en verzoek. (tekst is van de website Gjallar

Tja. Lodewijk heeft dus wel contact gehad met de Noormannen maar of hij nu zelf ten strijde is getrokken, dat weet ik nog steeds niet.


Viking treasure Viking schat in Wieringen

Munt Lodewijk de Vrome

Lodewijk de Vrome



dinsdag 6 januari 2009

Doodemanskisten 5 januari 2009

dinsdag 30 december 2008

Bewijs geleverd, kabouters uitgezet op Terschelling!


Iedereen een gelukkig en gezond 2009

woensdag 24 december 2008

Voor als er een vuiltje in je oog zit

Father & Daughter, het mooiste tekenfilmpje dat ik ken.

Maar ja, het ligt er niet hè. Zie Webcam van Zeezicht voor de weer-update.

Als er sneeuw lag...

dinsdag 23 december 2008

Kerstverhaal Bloedrode Kerst - niet voor gevoelige types :)

“Dus dit is Kerst dit jaar: drie gedumpte meiden van bijna veertig op een uitgestorven Waddeneiland.”
Dat was Sylvia. Sylvia had nog de meeste puf over van de klim naar de mistige duintop. Eline volgde al licht hijgend, met haar schoenen in de hand.

“Mijn voeten vriezen er af, doe die deur open!” gilde ze. Maar Mirjam had de sleutel en kwam als laatste aanzetten met de boodschappentas. Afgepeigerd.
“Ik heb nu al spijt, jongens,” zei Sylvia somber. “Wat een akelig vakantiehuis is dit, zo grauw en betonnerig.” Ze tuurde over de duinen, het had licht gevroren en er zweemde iets wits over het landschap. En over een half uur begon het alweer te schemeren.

“Ik moet plassen!” dreinde Eline kleumend. “Mir, schiet op!”
Het huisje viel van binnen nog mee, het was redelijk schoon. De twee slaapkamers hadden Mirjam en Eline al op de veerboot voor zichzelf geclaimd. Sylvia vond het best, zij zou wel op de bank in de woonkamer crashen.
Eline verdween meteen in het toilet.
“Spinnen!” gilde ze.
“Kijk eens wat ik bij me heb.” Mirjam toonde Sylvia een zwangerschapstest. “Ik ben een week over tijd.”
“Mijn hemel, en het is uit met Paul!” zei Sylvia verbaasd.
“Nog wel. Doet jouw mobiel het, ik heb geen bereik?”
“Wie wil je bellen dan, we zijn er net?”
”Paul,” zei Mirjam. “Als hij opschiet, kan hij de laatste boot nog nemen.”
“Nee, hè! Je wil Paul toch niet uitnodigen?” riep Sylvia verontwaardigd uit. “Dit zou een Kerst zonder kerels zijn, weet je nog!”
“Alleen als die test positief is! Ik wil hem verrassen! Wat mooier kerstcadeau dan een baby!”

“Je bent gek,” zei Sylvia nijdig. “Nog geen uur geleden zei je dat je blij was dat je van hem...” De wc werd doorgetrokken en ze zwegen allebei. Eline kwam van het toilet en keek hen vragend aan.
“Is er iets?” vroeg ze.
“Nee.”
“Ja.,” zei Sylvia. “Mirjam wil Paul uitnodigen!”
“Wát! Waarom in ’s hemelsnaam?”

Mirjam en Sylvia zwegen.
“Je doet het niet, hoor!” zei Eline dreigend. “Dit is óns weekend, van ons drieën! Geen mannen erbij, dat hebben we toch afgesproken? Geef hier die gsm!” Ze griste naar het mobieltje van Mirjam.
Sylvia inspecteerde intussen peinzend de keuken.
“Hoe ziet het eruit?” riep Mirjam.
“Alles doet het, behalve de magnetron, daar zit een briefje met ‘defect’ op. Zullen we nog koffie zetten of gaan we meteen maar over op de rosé?”
“Er is ook glühwein,” riep Eline, die tot grote ergernis van Mirjam het mobiele telefoontje te pakken had gekregen en er joelend mee wegrende.

“Jongens, doe eens normaal!” riep Sylvia geërgerd. “Eline, geef dat ding terug.”
Er stond waarachtig een kerstboom, een kunststoffen geval zonder piek of slingers, maar met twee ballen. Sylvia zette de radio aan en draaide aan de knoppen tot ze een metalig kerstliedje vond. Ze zette de volumeknop hoger. Buiten vloog een tragisch krijsende meeuw voorbij.

“Goed, en wat doen we om het warm te krijgen?” riep Mirjam boven de muziek uit. Ze checkte of haar mobieltje het nog deed. “Ik heb nog een extra dikke trui bij me, dus als je het koud hebt?” Dit was tegen Sylvia. Eline kon even de pot op wat Mirjam betrof.

Eline droeg een nylon blouse, grijs met zilverkleurige lurex, en daaronder had ze een paarse mouwloze top en een paarse rok van een dunne chintzstof. De paarse schoentjes, waarmee je dus geen duin kon beklimmen, pasten precies bij de top en de rok. Ze verrekte van de kou.

“Doet die open haard het dan niet? Weet jij hoe het moet?” Eline keek Sylvia verwachtingsvol aan. Sylvia wist die dingen.
“Er is geen hout,” zei Sylvia. “Een open haard heeft hout nodig.”
“Ik heb buiten een stapel boomstammetjes gezien,” zei Mirjam. “Onder een afdak, opzij van het huisje.”
“Mooi. Dan ga jij houtblokken halen.”
“Ik heb nog altijd geen bereik,” mopperde Mirjam. “Shit.”
“Hout!”
“Ik ga al!”
Mirjam sloot de deur achter zich.
“Ze is zwanger van Paul,” zei Sylvia. Met een ruk draaide Eline zich om van de koelkast.
“Je liegt het!”
“Ze heeft zo’n zwangerschapstest bij zich. Als die positief is, wil ze Paul bellen.”
Eline hapte naar adem.
“Dat meen je niet. Zwanger? Het is toch allang uit tussen die twee?”
"Aan uit, aan uit. Ik volg het niet meer, hoor. Zie jij Mirjam al als moeder? Ze heeft er wel het figuur voor. Ze is de enige van ons met heupen. En serieuze borsten.”

Mirjam kwam terug met drie houtblokken.
“Dit is eerst wel genoeg, denk ik. Doe me nu maar een wijntje.”
“Zou je dat wel doen?” vroeg Eline ijzig.
Mirjam schrok.
“Nee, hè, Sylvia, je hebt het haar verteld!”
“O, sorry, ik wist niet dat het een geheim was,” zei Sylvia verontschuldigend.
“Ik wilde het eerst aan Paul vertellen,” pruilde Mirjam.
“Maar Sylvia weet het toch ook al?” zei Eline.
“Ja. Dat is zo. Vind je het niet gaaf?” zei Mirjam stralend. “Een kindje!”
“Hoe ga je dat dan doen met je werk?” vroeg Eline.
“Weet ik veel. Een crèche of zo?”
“Wanneer ga je die test doen?” wilde Sylvia weten.
“Zo dadelijk. Ik moet me eerst wat moed indrinken.”

Eline liet zich op de bank neerploffen. Ze staarde in het vuur, dat langzaam begon op te laaien. Intussen opende Sylvia een fles en schonk in. Mirjam nam een slok rosé.
“Ja, hier heb ik wel bereik!” riep ze blij uit. “Ik stuur hem een sms’je.” Haar vingers vlogen al over de kleine toetsen.
“Maar je zou toch wachten tot na die test?” zei Sylvia verbaasd. Mirjam was zo’n ontzettende chaoot soms. Je zou niet zeggen dat ze een advocatenkantoor runde.
“Oeps, het is al weg,” grijnsde Mirjam. “Oké, dames, dan is het nu tijd voor De Test! Ik heb er gewoon buikpijn van, weet je dat wel?”

“Moeten we je hand vasthouden?” zei Eline spottend. Ze dronk haar glas rosé in één teug leeg. De radio stond nog altijd keihard aan en nu was het tijd voor ‘White Christmas’. Terwijl Mirjam op de wc zat, zongen de twee anderen uit volle borst mee. Eline schonk haar lege glas vol.

“Jongens!” klonk het boven de crooner uit. “Help!”

Eline en Sylvia keken elkaar geschrokken aan en sprongen overeind. Dit klonk ernstig.
“Ik ben ongesteld!” Mirjam had de wc deur opengegooid. Ze zat snikkend op de pot.
“Heeft iemand van jullie maandverband bij zich?”
“Jeetje, Mir. Nee, misschien heb ik nog wel een paar tampons ergens in mijn tas," zei Eline.
“Kan ik niet tegen. Jij, San?”
“Ik heb niets bij me. Ik ga wel even naar de supermarkt in het dorp,” zei Sylvia. “Of de drogist, wat ik maar het eerst tegenkom. Misschien zijn ze nog open. Wat jammer, joh.”

Sylvia trok snel haar jack aan en vertrok.
Ze had veel om over na te denken. Haar relatie met Paul bijvoorbeeld… Nu ze wist dat Mirjam nog contact met hem had, moest ze de wijste zijn. Ze moest hem afschrijven. Vertellen dat het over was.
Diep in gedachten bereikte ze de weg naar het dorp.

Mirjam bleef op de wc zitten snikken.
“Misschien is het maar beter ook,” zo probeerde Eline haar te troosten. “Het is immers toch uit met Paul?”
“Niet. Het was net weer aan.”
“O? Kom nou van die wc af. Je kan toch wel voor één keer een tampon gebruiken?”

Eline had intussen helemaal onderin haar handtas die ze al jaren met zich meesleepte, eentje opgedoekt.
“Nee. Die dingen verdwijnen bij mij.”
“Neem deze handdoek. En er is wc papier genoeg.”
“Dus geen kindje,” zei Mirjam zacht. “Ik zal Paul maar weer een berichtje sturen, dat ie niet moet komen.”
“Nee! Dat moet je niet doen,” zei Eline. “Dat is toch niet leuk voor die jongen? Hij zet alles opzij om die boot te halen!”
“Hij had geen plannen voor Kerst. Beetje zappen op de bank.”
“Dan is hij nu misschien wel al onderweg.”

“Jij kan niet zo goed met Paul, hè?” vroeg Mirjam opeens.
“Hoe bedoel je?”
“Jij en Paul Jansen, dat klikt toch niet? Zegt hij?”
“Niet echt nee.” Eline zweeg even en wenste dat Sylvia terug was. Sylvia kon ook de meest moeilijke gesprekken op gang houden en tot en goed einde brengen. Een gave.

“Zeg, die zwangerschapstest, die heb je nu niet meer nodig, hè?” vroeg Eline.
“Nee. Misschien wel nooit meer. Ik ben achtendertig, tenslotte.”
“Zal ik hem voor je bewaren?” bood Eline aan.
Mirjam overhandigde haar het staafje.

Er ging een half uur voorbij. Het was intussen donker buiten. Eline en Mirjam zwegen en luisterden naar de radio. Ergens op het eiland reed een ambulance met sirene in de richting van het dorp, verder was het stil. Mirjam sneed stukjes camembert af met één van de grote vleesmessen uit de keuken. Mooie scherpe messen. De eigenaar van het huisje had in ieder geval oog voor wat echt belangrijk was in de keuken.

Eline hakte met net zo’n mes een leverworst in plakken. Buiten begon het te hagelen, maar het was niet langer koud in het huisje. In de open haard vlamde nu volop oranje vuur. Het werd later en later. Door de wijn en de warmte doezelde Mirjam even weg. Ze schrok op van het geluid van de doorgetrokken wc.
“Wat blijft Sylvia lang weg,” zei Mirjam nadat Eline terug was van haar wc bezoek. “Het is al bijna tien uur! Zo ver is dat dorp nu toch ook weer niet? Ze zal toch niet verdwaald zijn?”

Eline zei niets. Sylvia was haar laatste zorg nu. Ze legde de zwangerschapstest op de salontafel, naast de plankjes met leverworst en camembert, de halfvolle glazen wijn en de flonkerende kwaliteitsmessen.
“Waarom klikt het eigenlijk niet zo tussen jou en Paul?” wilde Mirjam weten. “Jullie zijn nog wel collega-griffiers op dezelfde rechtbank.”
“Hou toch je mond.”
Mirjam keek verbaasd op.
“Wat is er met jou? Ook ongesteld geworden?”
“Niks.”
“Waarom leg je nou die test midden op de tafel?”
“Ik heb hem gebruikt,” zei Eline. “Hij is positief.”
“Wat? Ben je zwanger? Maar het is toch al maanden uit met Johan?”
“Het is ook niet van Johan.”
“Niet?”
“Snap het dan! Stomme trut! Het is van Paul…”

“Het spijt me, meneer Jansen,” zei de politieagent de volgende ochtend. “Maar we hebben toch wel wat vragen voor u. Dus de overleden juffrouw die gisteravond onder een auto is gekomen en die u net heeft geïdentificeerd, heette Sylvia Kamerling, dat weet u zeker?”
Paul knikte.
“En de twee neergestoken vrouwen die u gisteravond dood in het zomerhuis aantrof, kende u ook? Wilt u dan een verklaring afleggen over de toedracht en…”
De agent werd opzijgeduwd. De inspecteur die van het vaste land was overgekomen, had zijn jas nog aan.
“Laat mij de vragen maar stellen. U beweert dat Eline Zomers en Mirjam van der Berg al gestorven waren toen u bij het zomerhuis aankwam.”
Paul knikte weer. Hij was nog altijd misselijk. De geur van bloed hing om hem heen.
“U bent gisteravond met de laatste boot gearriveerd, nietwaar,” ging de inspecteur verder. “Om een uur of half elf bereikte u het huisje.”
“Dat kan wel.”
“De taxichauffeur heeft dat zojuist bevestigd. Volgens hem klonk er muziek in het huisje. Alsof er een feestje gaande was.”
“Ik heb hem geen fooi gegeven. Hij kan wel van alles beweren,” zei Paul dof.
“Het feit dat u vanochtend pas om tien uur aangifte heeft gedaan, en dat uw kleren onder het bloed zitten, dat alles maakt u natuurlijk wel verdacht… We hebben dan ook geen andere keus dan u in voorlopige hechtenis te nemen.”

Paul Jansen zweeg.

Het maakte hem niet uit dat ze de waarheid niet geloofden. In zijn vuist omklemde hij nog altijd de zwangerschapstest die hij in het huisje had gevonden. De test was positief. Maar van wie de test was, Mirjam? Eline? Sylvia misschien? Daar zou hij nu nooit meer achterkomen. Dat was toch zo gemeen van die meiden! Dat ze altijd tegen hem samenspanden!

zondag 21 december 2008

Bijna Kerst

donderdag 18 december 2008

Vakantiedrukte



(Die foto is niet op Terschelling gemaakt hoor. Rustig nou maar.)


Morgen begint de kerstvakantie, zet je schrap. Een lijsje met tips om 5 januari te halen (voor mensen zonder enig tijdbesef: dat is de maandag dat iedereen weer vertrokken is):

Tip 1: Ga op tijd naar de supermarkt en sla zoveel mogelijk dingen maar alvast in. Straks is het op! Nou ja, het is ook op als iedereen alles meteen inslaat natuurlijk. Dus vergeet deze tip. Kom nou, er wordt elke dag vers aangevoerd! O ja.
Tip 2: Maak je niet druk.
Tip 3: Maak je wel druk.
Tip 4: Laat álles thuisbezorgen. Álles.
Tip 5: Breng álles weer terug. Álles. Het past toch niet allemaal in je koelkast en het bederft anders.
Tip 6: Doe niet aan Kerst.
Tip 7: Ga uit eten. Reserveer nu alvast.
Tip 8: Snauw niet tegen badgasten. Die kunnen er ook niets aan doen.
Tip 9: Maak geen lijstjes. Die vergeet je toch maar.
Tip 10: Sla alle raad in de wind en maak er iets gezelligs van! (Dat wordt dus moeilijk want dit valt daar ook onder.)

Alvast een prettige vakantie eenieder! Die het heeft! En anders werk ze.